voorganger

Geestelijk leiders moeten niet heersen, maar dienen

16-11-2017 door Henk Herbold

Voorgangers, oudsten, pastorale medewerkers, die goede leiding geven zullen in de eerste plaats bezig zijn met het herderlijk begeleiden (ondersteunen) van de leden van de gemeente. Daarin dienen ze de gemeente en volgen ze ook het voorbeeld van Jezus na. Leiders die willen heersen, zijn altijd op zoek naar medewerkers die zonder tegenspraak, bereid zijn om hen te dienen. Soms gaat het ook nog gepaard met het vereren van de leider en dat is levensgevaarlijk voor een gemeente.

In de huidige tijd zien we steeds meer leiders zien opstaan in evangelische kringen, die zichzelf eerder zien als een soort manager van een groot bedrijf, dan als toegewijde dienaren van Gods werk. Ze leiden de gemeente alsof het een commercieel bedrijf betreft, terwijl het dat absoluut niet is. Het is een levend lichaam van Christus waarvan Jezus het hoofd is. Het feit dat leiders geneigd zijn hun gemeente als een bedrijf te zien, heeft natuurlijk ook te maken met de specifieke gevaren die verbonden zijn aan geestelijk leiderschap en bijbehorende risico's. Ze nemen als het ware zichzelf mee met de verantwoordelijkheid en de taak.

Maar het is ook waar dat niet iedereen die meent een leider te zijn, het ook is. De Bijbel zegt dat God ‘sommige’ heeft aangesteld in de gemeente (1 Kor. 12:28-31). Het is beslist geen schande als een leider terugtreed uit zijn functie, omdat hij gaandeweg tot de ontdekking komt niet over de juiste bestuurskwaliteiten te beschikken. Dit is in ieder geval veel beter dan te blijven in een taak waar men geen roeping voor heeft, met mogelijke schade voor de gemeente en hemzelf.

We willen hier even kort de eigenschappen bespreken waaraan leiders moeten voldoen.

1. Een geestelijk leider moet geen carrièrejager zijn
De Bijbel zegt in Romeinen 12:3, “Want krachtens de genade, die mij geschonken is, zeg ik een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld.”

Het is beslist geen schande als een leider terugtreed uit zijn functie, omdat hij gaandeweg tot de ontdekking komt niet over de juiste bestuurskwaliteiten te beschikken.

Een groot gevaar voor leiders is hoogmoed. Het is het eerste en belangrijkste waar leiders voor moeten waken. Natuurlijk is hoogmoed een ernstig gevaar voor iedereen, maar geestelijke leiders zullen er meer last van te hebben. Zij worden vaak in een positie geplaatst waardoor anderen hoge verwachtingen van hen hebben. Wanneer een leider bijvoorbeeld door veel mensen bejubeld wordt, omdat hij bepaalde dingen zeer goed doet, komt hij gemakkelijk in de verleiding om op anderen neer te kijken.

Zelfs geestelijk leiders die veel waarschuwen voor hoogmoed, kunnen er toch zelf aan ten prooi vallen, want dit gevaar is vaak veel groter dan men denkt en dus kan het gemakkelijk onderschat worden. Vandaar dat dagelijks gebed en diep buigen voor de Heer, de enige weg voor een leider is om hiervoor bewaard te blijven. Hoogmoed is bij uitstek de manier waarop de duivel een geestelijk leider ten val kan brengen. Want vanuit deze zonde komt nog veel meer voort, zoals leugens, oneerlijke praktijken en schijnheiligheid. Hoogmoed komt voort uit onze zondige natuur en daarom waren we er in ieder geval allemaal bevattelijk voor.

In het bijzonder leiders moeten zich de vermaning van Paulus aan de Korinthiërs voor ogen houden in 1 Korinthe 3:5: “Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft.”

2. Geestelijk leiders moeten teamspelers zijn
Twee voorbeelden waarin we zien dat God wil dat leiders teamspelers zijn.

  • Handelingen 6:1-6 beschrijft hoe met het groter worden van de gemeente te Jeruzalem de behoefte aan diakenen ontstaat: er zijn ‘handen’ tekort voor het bedienen van de tafels. De apostelen zien dit in en stellen de voltallige gemeente voor: “Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen”.
  • Dit stemt ook overeen met de raad die Mozes van zijn schoonvader Jethro kreeg toen hij van de ochtend tot de avond bezig was om recht te spreken tussen het volk. Exodus 18:21, “Gij moet onder het gehele volk omzien naar flinke, godvrezende en betrouwbare mannen, die winstbejag haten, en hen aanstellen als oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig en oversten van tien”.

Daarom, ook nu moet het werk in de gemeente gedelegeerd worden aan betrouwbare mensen, vol van Geest en wijsheid, het werk kan niet slecht door één persoon gedaan worden. Een leider moet zich dus omringen met bekwame mensen die hem kunnen helpen en adviseren. Maar leiders die niemand naast zich dulden of kunnen verdragen, geven daarmee in feite aan ongeschikt te zijn voor het geestelijk leiderschap.

We zien nogal eens groepen van gelovigen met een leider die zichzelf onaantastbaar is gaan vinden en zelfs absolute gehoorzaamheid eist van zijn volgelingen. Hoewel men soms ook nog de mond vol heeft over Bijbelse principes van verantwoordelijkheden delen en gaven die gelovigen hebben, duldt men in de praktijk toch niemand naast zich. Men mag dan wel meewerken, maar de leider deelt niet het gezag wat hij heeft, dus de verantwoording blijft ten alle tijden alleen bij hem. Dit is dan totaal anders dan wat we in de Bijbel vinden. Mozes werd juist gecorrigeerd door zijn schoonvader Jethro, toen hij de neiging had om alles alleen te doen.

leiders die niemand naast zich dulden of kunnen verdragen, geven daarmee in feite aan ongeschikt te zijn voor het geestelijk leiderschap.

Jezus is tijdens zijn aardse bediening ook direct begonnen om 12 apostelen op te leiden (Luc. 6:13). Hij wist dat de tijd zou komen dat Hij ten hemel zou varen en dat Zijn werk door anderen zou moeten worden voortgezet. Tevens zond Hij zijn discipelen ook uit om de boodschap van het koninkrijk te verkondigen en met zieken te bidden (Luc. 9 en 10) en Hij liet ze zelfs toe om mensen te dopen (Joh. 4:1). Hij schakelde ze dus ook echt in.

Een van de beste middelen tegen het gevaar om solistisch te worden in geestelijk leiderschap, is direct anderen mee te nemen in de bediening en hen de ruimte te geven zich naast je te ontwikkelen. Natuurlijk zit daar ook een gevaar in, je loopt als leider veel meer risico op rivaliteit en afgunst. Maar tegelijk moet elke leider beseffen dat het werk van God niet het eigendom van de leider is, zelfs al heeft hij aan de basis van het werk gestaan. God is machtig om je als leider te bevestigen en als Hij het niet doet kunnen we beter stoppen en plaats maken voor anderen, want anders is het gewoon mensenwerk.

3. Geestelijk leiders moeten ook openstaan voor kritiek
“Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle,” zegt 1 Korinthe 10:12. Mensen die zich afsluiten voor de mening van anderen, zijn gevaarlijke mensen in het leiderschap. Leiders die zich afsluiten voor kritiek van medewerkers of collega’s in de dienst van God, ervaren kritiek meestal als een aanval in plaats van een mogelijke aanvulling en verrijking. Een van de kenmerken van geestelijk leiderschap is juist het vermogen om Gods leiding te verstaan door middel van een bijdrage die via anderen tot je komt.

Ontvang het online magazine voor christenen!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter

Door de doop in de Heilige Geest heeft iedere christen de inwoning van de Geest Gods in zich. Door de werking van de Geest in ons, kan dus elke gelovige Gods leiding ervaren. Het is met andere woorden geen exclusief voorrecht voor één leider. Om die reden is het juist een zegen als een leider voor opbouwende kritiek open kan staan en er op een geestelijke wijze zijn voordeel er mee doet; uiteraard alleen als kritiek uit de juiste bron voort komt en niet bijvoorbeeld uit een bitter hart of uit jaloezie.

Maar een leider moet geleerd hebben om te onderscheiden of God spreekt, of dat het uit een andere bron komt. Kritiek mag nooit geuit worden om af te breken en iemand geestelijk omver te halen, maar juist om op te bouwen. Maar... dit is ook waar: kritiek kun je alleen accepteren als je bereid bent open en eerlijk te zijn als het gaat om de dingen die verkeerd gaan en niet voortdurend bezig bent je eigen fouten zoveel mogelijk te verdoezelen.

Natuurlijk, de leider is geroepen een voorbeeld te zijn, maar hij hoeft niet te pretenderen dat hij de perfectie op aarde is. In het leven van alledag zijn die mensen die denken dat zij nooit fouten maken juist niet geloofwaardig. Deze mensen lijken zo ver verwijderd van de strijd die de meesten van ons dagelijks voeren, dat we ons daar niet in herkennen. We kunnen ons veel beter identificeren met iemand die evenals wij, verzoekingen kent en het daar soms moeilijk mee heeft. Een leider komt wel vaker in de verleiding om zijn fouten te bedekken. Daarom kan hij het beste onmiddellijk zijn falen onder ogen zien en vergeving vragen als dat eventueel nodig is. Daarmee zal hij juist nog meer een voorbeeld zijn voor anderen.

Het is soms beangstigend om te zien, hoeveel verdeeldheid er ontstaat in geestelijk werk door persoonlijke ambities van leiders.

4. Een leider moet zoveel mogelijk samenbinden en niet verdelen
Het is soms beangstigend om te zien, hoeveel verdeeldheid er ontstaat in geestelijk werk door persoonlijke ambities van leiders. Soms wordt er een klein meningsverschil gevonden om een splitsing te rechtvaardigen, terwijl het in werkelijkheid om een persoonlijk conflict gaat. Feitelijk moet een leider zijn persoonlijke conflicten met iemand kunnen oplossen, zonder dat de gemeente er schade door ondervindt. Het is in ieder geval geen bewijs van geschiktheid als leider, als men gaat lobbyen in de gemeente om mensen achter zich te krijgen. Daarmee ontstaat er verdeeldheid en staan we de eensgezindheid, die van levensbelang is voor een gemeente, juist in de weg.

Wat is dat: eensgezindheid? Eensgezindheid is een zaak van het hart. Het heeft alles te maken met de manier waarop we in de gemeente met elkaar omgaan. Niet het feit dat iedereen hetzelfde vindt, maakt een gemeente, maar het feit dat iedereen dezelfde gezindheid heeft, namelijk de gezindheid van Christus.

Natuurlijk betekent het niet dat we over alles verschillend mogen denken. Er zijn Bijbelse principes, zoals onze redding door Jezus offer en de waarheid van de Bijbel, welke de basis vormen van de gemeente van de Heer. Daarover mogen we dus nooit van mening verschillen.

Maar... waar de gezindheid van Christus is, is geen plaats meer voor eigen geldingsdrang. Paulus schrijft: Filippenzen 2:3, “In ootmoed achte de een de ander uitnemender dan zichzelf”. Het uitnemender achten van de ander, is een belangrijk principe in geestelijk leiderschap. Ootmoed is een sieraad voor geestelijke leiders en het bewaart ons voor verdeeldheid. Vandaar dat een geestelijk leider daarin een voorbeeld moet zijn.

Het is van groot belang dat een leider integer is. Weinig zaken hebben de voortgang van het Evangelie meer schade toegebracht dan leiders die niet integer zijn en die integriteit begint in de eigen omgeving.

Het klinkt wellicht wat vergaand, maar toch ontkomen we er niet aan. Voordat iemand als leider kan worden aangesteld, is het van belang om iets te weten over iemands persoonlijke handel en wandel? Want de Bijbel leert ons in 1 Timotheüs 3:2 dat een leider in de eerste plaats van onbesproken gedrag moete zijn en daarnaast: “de man van één vrouw, nuchter, bezadigd, beschaafd, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen, niet aan de wijn verslaafd, niet opvliegend, maar vriendelijk, niet strijdlustig of geldzuchtig.”

Een leider, die bijvoorbeeld in zijn privéleven financiële problemen schept, zal mogelijk ook in de gemeente onverantwoorde bestedingen doen. Een leider die onzorgvuldig is met relaties zal ook in de gemeente brokken maken en emotionele puinhopen kunnen achterlaten. Vandaar dat zijn huwelijk onbesproken moet zijn. Met andere woorden, in geval van ontrouw wordt hem dat dubbel aangerekend, want hij heeft een voorbeeldfunctie.

Vaak wordt er gezegd: “ja, maar God was koning David toch ook genadig en hij mocht koning blijven, ondanks dat hij in overspel viel”. Dat is wel zo, maar laat ons niet vergeten dat God David verbood om de tempel te bouwen (1 Kronieken 22:6-16). In geestelijke zin wijst dit erop dat niet iedereen kan meebouwen aan de gemeente van de Heer, die ook gezien wordt als de tempel van God. Soms kunnen mensen vanwege hun levenswandel, niet in het leiderschap van een gemeente staan. Dat wil niet zeggen dat daar een wet of regel voor zou bestaan, nee zeker niet. Maar overspel geeft wel aan dat er iets mis is met het huwelijk en/of de relatie met de Heer. In zo’n geval is men niet (of nog niet) capabel voor een leidersambt.

De Bijbel zegt ook dat een leider eerst op de proef gesteld moet worden (1 Tim. 3:10). Het is dus niet verkeerd om eerst een proefperiode in te stellen voordat iemand definitief wordt aangesteld. Te snel iemand aanstellen in de gemeente, is dus niet wat de Bijbel leert.

5. Een geestelijk leider moet niet op geld uit zijn
Leiders in de dienst van God mogen niet uit zijn op grote winst, met als doel zichzelf te verrijken. Lees de raad die Mozes van zijn schoonvader Jethro kreeg: (Ex. 18:21) “Gij moet onder het gehele volk omzien naar flinke, godvrezende en betrouwbare mannen, die winstbejag haten, en hen aanstellen als oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig en oversten van tien.”

Voordat een leider een gemeente kan besturen, zal men eerst in huwelijk en gezin bewezen moeten hebben een leider te kunnen zijn.

Een dienaar van God heeft een voorbeeldfunctie in de gemeente van de Heer en dient daarom beslist geen overdreven luxe leven te leiden. Luister naar wat Paulus zegt in 1 Timotheüs 6:7-10, “Als wij echter voedsel en kleding hebben, zullen wij daarmee tevreden zijn. Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. Want geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te verlangen, zijn sommigen afgedwaald van het geloof, en hebben zich met vele smarten doorstoken.”

Is het dan verkeerd om van je geld te genieten? Beslist niet. Het is een misverstand dat de God van de Bijbel een zuinige en karige God is, die het ons niet gunt dat we genieten en die, als wij iets leuk vinden, bedenkelijk gaat kijken. Nee zo is het niet, een evangeliedienaar hoeft zeker niet arm te zijn, maar het is absoluut onjuist als men rijk wordt van de giften van mensen.

Leiders mogen ook de inkomsten/vergoedingen uit hun evangeliewerk, zeker niet als een soort bijverdienste zien en nog minder, als een manier om rijk te worden. De giften van mensen zijn daar zeker nooit voor bedoeld geweest, want ze zijn als aan God gegeven. Het zijn liefdeoffers van mensen, die bedoeld zijn om hen een normaal bestaan te kunnen geven en niet om een overdadig en weelderig leven te kunnen gaan leiden.

Leiders in de gemeente maken geen winsten, zoals ondernemers van bedrijven. Ze zijn zelfs in het geheel niet te vergelijken met zakenmensen in de wereld, die door slim zaken doen grote winsten maken en dat geldt ook niet voor leiders met een grote gemeente of bediening. In ieder geval zal elke dienaar van God ook wat dit betreft, rekenschap moeten afleggen bij God.

Sommige leiders in het evangelie, menen echter ‘recht’ te hebben op een hoge positie en op een daarbij behorend hoog salaris plus een zeer ruime onkostenvergoeding. Ze zien zichzelf als een soort directeur en beroepen zich op de roeping van God. De gemeente wordt in de Bijbel echter genoemd het lichaam van Christus, Jezus is de enige topmanager. Een gemeenteleider heeft ook hierin een voorbeeldfunctie in de gemeente, om te dienen en niet eerst aan zichzelf te denken. Daarom is het zeer noodzakelijk voor een dienaar van God om ook hierin te sterven aan zijn ego en te winnen aan nederigheid.

Denk erom, geldzucht is levensgevaarlijk voor een leider. In een grondtekst van 1 Timotheüs 6:10 staat feitelijk: “Want de wortel van alle kwaad is de liefde voor geld; door daaraan toe te geven zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zij zichzelf doorboord met vele smarten.”

6. Een leider moet in zijn huwelijk en gezin, een voorbeeld zijn
Paulus zei in Efeziërs 5:25: “Mannen, hebt uw vrouwen lief!” Als het gaat om leiders moeten zij ook hierin een voorbeeld zijn voor de gemeente. Een geestelijk leider geeft aandacht aan zijn vrouw. We hebben leiders nodig die zo nu en dan niet bereikbaar zijn omdat ze tijd met hun vrouw moeten doorbrengen. Mannen die niet vervallen in de gewoonte om hun vrouwen uit te lachen en op hun plaats te zetten met kleine nonchalante opmerkingen in het publiek.

Want wat helpt het als we grote aanhang hebben in de gemeente, de mensen blij met ons zijn en dit gaat ten kostte van ons relatie thuis? Leg dus de krant of tablet eens weg en zet de televisie of computer uit en praat eens samen. Doet men dat niet, dan kan al het succes als leider op een dag thuis in een complete mislukking uiteenspatten.

Voordat een leider een gemeente kan besturen, zal men eerst in huwelijk en gezin bewezen moeten hebben een leider te kunnen zijn. Lees 1 Timotheüs 3:4-5 een leider moet zijn... “een goed bestierder van zijn eigen huis, die met alle waardigheid zijn kinderen onder tucht houdt; indien echter iemand zijn eigen huis niet weet te bestieren, hoe zal hij voor de gemeente Gods zorgen?”

Dat geldt natuurlijk voor iedere echtgenoot maar in het bijzonder voor een leider. Iedere man is namelijk het hoofd van zijn huwelijk en gezin, dat wil zeggen dat God hem als eerste verantwoordelijk stelt voor het welslagen van het huwelijk. Deze verantwoording houdt in dat een man de houding van Christus in zijn huwelijk moet aannemen, dat wil zeggen een dienende houding (Ef. 5:25 en Joh. 13:14,15). Een heerszuchtige en tirannieke houding van een man, is dus absoluut tegen de Bijbel.

In 1 Petrus 3:7 staat dat mannen verstandig moeten leven met hun vrouwen, als met broos vaatwerk: “...Desgelijks gij mannen, leeft verstandig met uw vrouwen, als met brozer vaatwerk en bewijst haar eer, …opdat uw gebeden niet belemmerd worden”, met andere woorden mannen moeten rekening houden met het meer gevoelige karakter van de vrouw en hun vrouwen niet beledigen of naar beneden halen, er staat ‘..bewijs haar eer’. Doen we dat niet, dan zal het ons gebedsleven in de weg staan, er staat ‘opdat uw gebeden niet belemmerd worden’. Dus onze houding in huis heeft rechtstreeks te maken met ons geestelijk contact met God.

Leiders in de gemeente maken geen winsten, zoals ondernemers van bedrijven.

Een leider zal zijn kinderen ook proberen op de voeden naar Bijbelse maatstaven. Het klinkt niet modern, maar toch weten we uit het Woord van God dat er een duidelijk verschil is in gezag en verantwoordelijkheid tussen de ouders en het kind (Lees Efeze 6:1 en 2). Uiteindelijk komt elk gezag bij God vandaan en de basiswet bij God is: er is geen vrijheid zonder gebondenheid. Kinderen willen graag vrij zijn, maar deze vrijheid is een schijnvrijheid. Het lijkt vrij maar het leidt soms tot wetteloosheid of losbandigheid. Echte vrijheid is “gehoorzaam” willen zijn aan God. Een leider is zich hiervan terdege bewust.

7. Een geestelijk leider moet merkbaar vervuld zijn met de Heilige Geest
Je kunt aan geestelijk leiders zien of ze in relatie met de Heer leven en van Hem ontvangen. Vandaar ook dat niemand zichzelf hoeft aan te prijzen, de Heilige Geest zal mensen aanwijzen, ze worden vanzelf zichtbaar door de werking en de vrucht van de Heilige Geest.

In Handelingen 6:1-6 stellen de twaalf apostelen de voltallige gemeente voor: “Ziet dan uit, broeders, naar zeven mannen onder u, die goed bekend staan, vol van Geest en wijsheid, opdat wij hen voor deze taak aanstellen”.

Vol van Geest spreekt over meer dan de inwoning van de Heilige Geest (vanaf de wedergeboorte) maar over vervulling met de Heilige Geest. Inwoning duidt op permanente aanwezigheid, vervulling duidt op een gebeurtenis waarbij iemand VOLLER wordt van Gods Geest. Dit laatste wordt ook wel doop in de heilige Geest genoemd. In de Griekse grondtekst staat letterlijk doop IN de Heilige Geest (Handelingen 11:16)

Vervuld WORDEN met de Heilige Geest betekent ook dat de Heilige Geest op een bepaald moment MEER RUIMTE krijgt dan voorheen en krachtiger wordt ervaren. We hebben het dan over een soort geestelijke doorbraak. Bij iemand die vol is van Gods Geest heeft Gods Geest de ruimte om actief aanwezig te zijn, om in en door de gelovige te werken. Bij iemand waar Hij alleen in het hart woont, is zijn aanwezigheid maar nauwelijks merkbaar in zijn leven. Dat is dus het verschil tussen inwoning en vervuld zijn: passieve of actieve aanwezigheid van Gods Geest in de gelovige.

Het verschil tussen inwoning en vervulling met Gods Geest werd eens afgebeeld met het kruikje nardusolie waarmee Maria de Heer Jezus zalfde kort voor zijn lijden en sterven. VOOR de zalving rook niemand iets, omdat de zalfolie in de dichte kruik zat. Pas toen ze de hals van de kruik had gebroken en de zalfolie over Hem heen goot, werd de kamer vervuld van de geur (Marcus 14:3).

Bij veel gelovigen moet er eerst een doorbraak in hun leven komen en moeten barrières worden verwijderd voordat de Heilige Geest hun leven kan binnenstromen. Dit zou in het leven van een geestelijk leider als plaatsgevonden moeten hebben.

Dit artikel is geschreven door evangelist Henk Herbold. Bezoek hier zijn website.



Discussie over Geestelijk leiders moeten niet heersen, maar dienen
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!