Heeft God ook niet-christenen vergeven? (II)

01-11-2017 door Rogier van Veen

Toen ik het artikel “Heeft God ook niet-christenen vergeven?” las, was ik verbluft hoe het mogelijk was dat iemand kon denken dat dit de boodschap van de Bijbel is. Hoe kun je redeneren dat ongelovigen ook vergeven zijn, terwijl Gods Woord het onmogelijk acht om God te behagen zonder geloof, volgens Hebreeën 11:6. Daarom besloot ik een artikel te schrijven om de gemaakte fouten aan de orde te stellen en met de Bijbel het absolute levensbelang van het geloof aan te tonen.

Als eerste toont schrijver Daniël van Deutekom van het artikel dat er twee hoofdvisies zijn als het gaat over de vergeving.

De eerste visie beweert dat je je eerst moet bekeren, naar aanleiding van Handelingen 2:38. Dit soort verzen, waarvan hij er slechts één aanhaalt, getuigen dat een mens niet automatisch vergeven is. Hij zegt dat deze verzen de vergeving voorwaardelijk “lijken” te maken. Hij omschrijft dat met de uitspraak: “Wij moeten iets doen voordat God ons vergeeft”. Deze uitspraak ziet hij als fout, en die is ook zeker verkeerd. God geeft wat Hij eist wanneer Hij erom gebeden wordt.

Hier tegenover stelt hij met 2 Korinthe 5:18-20 de andere visie. Hij stelt dat de vergeving hierin iets onvoorwaardelijks is. De adressering van beide teksten is hierin echter van groot belang. Petrus spreekt namelijk in de eerste tekst tot de Joden die enige tijd eerder Christus ter dood lieten veroordelen. Zij werden opgeroepen om zich te bekeren en in Hem te geloven. Zij moesten zich dus bekeren van hun ongeloof.

De tweede tekst komt uit de brief aan de gemeente Gods te Korinthe. Paulus schrijft deze brief dus niet aan onwetende heidenen, maar tot heidenen die al tot het geloof zijn gekomen. Dat zien we onder meer in het 11e vers van het genoemde hoofdstuk: “wij dan wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof.”

Hij roept dus niet zozeer de gemeente van Korinthe tot bekering op, maar hij spreekt hier van zijn roeping als dienaar van Christus.

Hij roept dus niet zozeer de gemeente van Korinthe tot bekering op, maar hij spreekt hier van zijn roeping als dienaar van Christus. Hij zegt hier de mensen die nog niet geloven op te roepen, te bewegen tot het geloof. En waarom? Omdat een ieder mens voor de rechterstoel van Christus geoordeeld zal worden naar zijn werken. Dáárom beweegt Paulus de mensen tot het geloof, om onder dit verschrikkelijke oordeel uit te komen door Gods onbegrijpelijk grote genade. Overigens, waarom zegt Paulus in vers 20 dan “laat u met God verzoenen” als Christus de hele wereld al met God verzoend heeft?

De schrijver gaat te gemakkelijk voorbij aan het feit dat de Bijbel spreekt over zalig worden en niet alleen over zalig zijn. In dit verband zijn heel veel teksten aan te halen, maar ik beperk mij even tot Markus 16:16: “Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.”

Hier zien we het onverbiddelijk onderscheid tussen gelovigen en ongelovigen, tussen zaligheid en verdoemenis. Hoe kan iemand dan met de Bijbel in de hand beweren dat God ook de ongelovigen in het eindoordeel zal vrijspreken? Als onze Heere Jezus Christus Zelf dit zegt, zal Hij dan bedoelen dat je dan op aarde niet alles uit je zaligheid haalt en dat dat de verdoemenis is? Dat is mensen onverschillig laten en ze zo naar de eeuwige rampzaligheid sturen.

Geen water bij de wijn
De auteur stelt dat als teksten ons tegenstrijdig doen voorkomen, we de teksten met elkaar in overeenstemming moeten brengen. Dat moeten we doen door de teksten goed uit te leggen naar hun inhoud en verband, maar niet door aan één of beide kanten water bij de wijn te doen. Vergelijk dit soort teksten maar met zo’n Rubiks Cube. Je kunt het ding op twee manieren kloppend maken: door de schijven op een bepaalde manier te draaien zodat elke zijde één bepaalde kleur bevat, of door de stickertjes los te trekken en elke kleur op zijn eigen zijde te plakken. Het resultaat is hetzelfde: alle kleuren staan bij elkaar op hun eigen zijde van de kubus. Maar de laatste oplossing zal er nooit zo netjes uitzien als de eerste, omdat dat tegen de regels van het spel was. Daar was die kubus helemaal niet voor gemaakt. Hetzelfde gaat op voor de wijze waarop de schrijver deze teksten met elkaar in verband probeert te brengen: het lijkt goed te gaan, maar helemaal kloppen doet het niet, omdat het eindresultaat tegen de boodschap van de Bijbel in gaat. Om bij het voorbeeld te blijven: er zijn een paar stickertjes die niet netjes vastzitten.

Ik ben mij er overigens wel van bewust dat er wel meer teksten in de Bijbel zijn die lijken te zeggen dat de hele wereld al zalig is in Christus’ offer. Die wil ik ook niet van tafel vegen, alsof zij geen waarde of nut zouden hebben in de Bijbel. Integendeel: daar zit één van de grootste zaken van het evangelie in besloten! God zegt namelijk in die teksten dat Hij genoeg bloed heeft gestort voor de hele wereld, de hele wereld kan zalig worden! Hij heeft genoeg krediet op de bank staan om ons allemaal te verlossen van onze schuld. De Bijbel roept ons juist op om in Christus te geloven en deel te hebben aan Zijn offer. De schrijver gaat dus voorbij aan de essentie van de Bijbel: zondaren die zalig kunnen worden door het geloof in de Messias!

Ik lees in het artikel de volgende uitspraak: “Het is zeker zo dat je zonder het geloof niet veel aan het volbrachte werk van Christus hebt.” Dit klinkt mij wat vreemd in de oren, omdat hij net nog beweerde dat juist dat volbrachte werk van Christus ieder mens het recht gaf om voor eeuwig bij God te zijn. Geen kleinigheid lijkt me.

De schrijver gaat dus voorbij aan de essentie van de Bijbel: zondaren die zalig kunnen worden door het geloof in de Messias!

Uit het vervolg van zijn verhaal blijkt dat hij bedoelt dat je er in dit leven dan niet ten volle gebruik van maakt, als een zwerver die miljoenen op de bank heeft staan, maar daar geen besef van heeft. Ziet hij hier het volbrachte werk van Christus teveel als een fijn hulpmiddel in het aardse leven? Dat je hier pas écht volop kan leven als je christen bent en echt in Christus’ offer gelooft? Wanneer we vandaag de dag vervolgde christenen zouden vragen of ze er in het aardse leven wel bij varen dat ze christen zijn, denk ik niet dat ze daar een volmondig ja op zouden beantwoorden. Ze verdragen de verdrukking namelijk omdat ze zien op de rijkdom die in het vooruitzicht ligt, bij God in de hemel, waar die schat niet door de motten en de roest word aangetast en waar de dieven het niet kunnen stelen. Dat ze eeuwig bij Hem mogen zijn, dát is de schat! En dan valt de vervolging, ondanks dat zij zeer zwaar is, in het niet bij de heerlijkheid van dat vooruitzicht.

We zien ook bij David, Gods kind bij uitstek zouden we zeggen, niet dat het hem voor de wind gaat op elk moment. Wanneer we zijn psalmen lezen, merken we dat er een vooruitzicht is naar God, om bij Hem te wonen.

We hebben zonder God dus niet “weinig” aan Christus’ offer, we hebben er helemaal niets aan. Buiten dat offer zijn we namelijk niet zalig maar doemwaardig. Wanneer wij aan het offer van Christus voorbij gaan, ongelovig zijn en blijven, dan spreekt dat offer ons niet vrij, maar dan veroordeelt het ons. Je hebt dan Gods Zoon verworpen.

Daniël verwijst ook naar Johannes 1:29: “Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt". Ook hier speelt context weer een rol: Johannes de Doper, die dit zei, preekte namelijk de bekering. Maar Johannes wist ook dat de bekering op zichzelf niet genoeg was, iemand moest ook de schuld op zich nemen en ervoor betalen. Die Iemand is Christus. En Hij heeft genoeg bloed gestort voor de hele wereld. Maar dat betekent niet, ook door deze tekst niet, dat het ook zonder meer aan de gehele wereld wordt toegerekend. God is namelijk een rechtvaardig God, die Zijn vijanden niet ongestraft laat. Zou keizer Nero, berucht christenvervolger tot zijn dood toe, nu God in de hemel groot maken?

De extreme alverzoening die Daniël van Deutekom dus uiteenzet moet ik dus afkeuren op grond van Gods Woord, waarin staat dat wij van nature zondig zijn en God haten, maar dat God ons nog wil redden van de ondergang waar wij op afstevenen. En daarmee mag ik, denkend aan onder meer Augustinus, Luther, Calvijn en Spurgeon in goed gezelschap zijn. Daarmee heb ik 2000 jaar kerkgeschiedenis achter mij staan wat ik als geen kleinigheid beschouw. Maar belangrijker is nog, dat ook Paulus, de andere apostelen, en op het hoogst: onze Heere Jezus Christus zelf zich in dit kamp bevinden, het kamp dat Zijn banier draagt!

Rogier van Veen is student Theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA).

Lees ook: Heeft God ook niet-christenen vergeven?

Ontvang het online magazine voor christenen!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter


Discussie over Heeft God ook niet-christenen vergeven? (II)
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!