Retour afzender

Ik wil niet meer denken aan kou of aan onze ruzies

01-11-2017 door Hendriëlle de Groot
Ark Media
Uitgeverij Ark Media is een uitgeverij van christelijke boeken, kaarten en kalenders. Kleurrijk, verrassend en vernieuwend!

Henrieke Grandia schreef het boek Retour afzender, een roman over diepe liefde en verwijdering, over lijden en schuld, over onvermogen en hoop. Hieronder een fragment uit het boek, vanuit het perspectief van David, een van de hoofdpersonages. 

De geur van gebakken appeltaart dringt mijn studeerkamer binnen. Ik kijk op mijn horloge. Bijna half zes. Even stop ik met typen. Zou Lora toch bezoek uitgenodigd hebben? Gisteren was ze er nog van overtuigd dat ze vandaag verder niets wilde doen aan haar verjaardag. En bij het ontbijt was ze daar nog even stellig in. ‘Een gewoon avondje thuis met het gezin,’ zei ze. ‘Dat heb ik het liefst. Een avond zoals ik me die voorgesteld had, vroeger, toen ik nog grote dromen over ons huwelijk had.’

Ik wist dat ze me verweet dat ik te weinig thuis was. Maar ik ging er niet op in. Het pakje in mijn hand, met daarin de ring, brandde. Misschien zou het haar goed doen. Misschien zou het haar helpen om te beseffen dat ik nog steeds van haar houd, ook nu we minder tijd samen doorbrengen. Haar reactie op de ring was anders dan ik had gehoopt. Haar ogen waren duidelijk vochtig, maar het leken geen tranen van ontroering over het cadeau. Ik zag haar ogen wel gaan, naar het doosje op de schoorsteen. Ik had het al in geen jaren meer opengemaakt. Ik kon wel dromen wat erin zat. Een van de laatste dingen die zij toegevoegd had, was de grote donkerrode sierknoop van mijn flanellen overhemd. De stof van het hemd had ze gebruikt om aan onze gezinslappendeken te zetten. Maar de knoop moest ook blijven.

Lora trok er altijd aan als ze me een kus wilde geven, als ze me tegen wilde houden als ik weg wilde gaan. Als ze zei dat ik me nodig om moest gaan kleden om aan het werk te gaan. Als ze zei dat ze nog één keer wilde horen dat ik van haar hield. Wat hebben we gelachen toen het overhemd sneuvelde, dankzij de knoop. Lora hing er met haar volle gewicht aan toen ze uitgleed terwijl ze me plagend tegen probeerde te houden. De stof kraakte en scheurde van de knoop af en ik ving haar op. We moesten samen weer gaan zitten van het lachen, onder de grote zomereik aan de rivier, waar we zo veel uren door hebben gebracht. Toen we uitgelachen waren ruimde ze de spulletjes van de picknick op en zwaaide naar me. ‘Ga maar vast, anders ben je te laat.’

En ik was te laat. Op een belangrijke kerkenraadsvergadering nota bene, maar toen ik me wilde excuseren kreeg ik bijna de slappe lach. De voorzitter die destijds de vergaderingen voorzat, kon erom grinniken gelukkig. Het viel niet mee om mijn aandacht erbij te houden die avond. De onderwerpen gingen finaal langs me heen. Ik draaide de knoop, die ik mee had genomen, om en om in mijn hand, in de zak van mijn pantalon. We hadden zojuist de namen bedacht voor ons kindje op komst. Ik probeer me weer te concentreren op mijn preek. Als ik nog even doorwerk, heb ik vanavond ook echt vrij. Dat is wel het minste wat ik Lora geven kan op haar verjaardag. Het is maar goed dat we gepraat hebben, vorige week. Ik was boos dat ze zomaar weg was gegaan op een middag. Maar ze had gelijk, het kan zo niet langer. Dat voor predikanten geen werkweek van veertig en zelfs niet van vijftig uur weggelegd is, dat wisten we allebei voor ik me beroepbaar stelde. En al helemaal niet in deze gemeente. Maar er was wel heel weinig tijd voor ons samen. Ik weet nog steeds niet of het gesprek Lora wel echt geholpen heeft. Of ze mijn voornemens om meer tijd samen door te brengen wel echt geloofde. En of die belofte genoeg was. Ik heb haar nog nooit zo verdrietig gezien als in de nacht waarin ze uitsprak dat ze bij me weg moest.

Ach, onzin … Natuurlijk heb ik beterschap beloofd. Al blijft het lastig. Of ze me ooit helemaal begrijpen kan, weet ik niet. Ze kijkt zo anders naar de vragen die mensen stellen dan ik. Ze kijkt anders naar het ‘nodig-zijn’ van een predikant voor zijn gemeente. Soms vraag ik me af of ze wel werkelijk beseft wat roeping is. Werken in een apotheek is natuurlijk ook niet onbelangrijk. Maar het blijft toch van een andere orde dan werken in Gods koninkrijk. Maar ze had een punt wat betreft het vaderschap en ons huwelijk. Ik weet niet helemaal zeker of ze me bewust op mijn nummer zette met woorden die ik zelf vaak gebruik of dat ze het echt meende. Misschien doet dat er ook niet toe, het is waar wat ze zei: ook daar heeft God me op een positie gesteld. Ik besluit er mijn preek mee. Het lijkt me een mooie afronding van het thema gaven en talenten. ‘Je hoeft geen dominee te zijn om God te dienen en te doen wat Hij vraagt.’ AMEN typ ik eronder. In hoofdletters. Ik grinnik even om mezelf. Alsof ik het woordje ‘amen’ aan het einde van de preek zou vergeten. Het startsein voor iedereen in de kerk om van houding te veranderen. Het moment waarop de spanning die ik toch elke dienst weer heb van me afglijdt. Zo, dat staat. Punt.

Mirthe komt de trap al op. ‘Kom je eten, pap?’ Ze dempt haar stem en fluistert haar volgende vraag. ‘Weet je wat we eten?’ Ik schud mijn hoofd en til haar op. ‘Jouw lievelingseten,’ fluistert ze. ‘Maar ik weet niet wat het is. Het zijn witte stokjes. Eerst waren ze hard, maar in de pan werden ze zacht. En weet je wat voor toetje we hebben? Dat is nog een verrassing. En we hebben ook nog een taart gemaakt en …’ De laatste zinnen zegt ze al hardop. Ik trek aan een van haar eigenwijze staartjes en lach om haar waterval. ‘Wil je op m’n rug?’ Mirthe juicht en blijft staan, halverwege de trap. Ik loop verder door, zodat ze goed op me kan klimmen.

Samen hoppen we de gang door en galopperen we de keuken binnen, waar ik ineens stokstijf blijf staan, getroffen door de roerloze gestalte bij het raam. Mijn Lora. Is zij dat? Ze lijkt haast breekbaar. Er schiet een felle steek door me heen, ergens in mijn borstkas. Ze staat met haar rug naar me toe, maar ik zie in het raam, dat haar figuur flauw weerspiegelt, dat ze wrijft in haar ogen. Wat lijkt ze klein …

‘Mam, mama, kijk eens wat papa doet?’ Lora probeert onopvallend langs haar wangen te poetsen voor ze zich naar ons toe draait. Alsof haar roodomrande ogen haar niet verraden zouden hebben. Bij de tafel laat ik Mirthe van m’n rug afglijden en ik loop naar haar toe. Als ik m’n armen om haar heen sla, voel ik hoe koud ze is. ‘Waar ben je geweest?’ vraag ik zacht terwijl mijn ene hand door haar krullen strijkt en mijn andere hand stevig over haar rug wrijft. ‘Liefste, wat ben je koud.’ Ze glimlacht en pakt mijn hand. ‘We eten asperges en voor vanavond is er appeltaart. Ik wil niet meer denken aan kou of aan onze ruzies. Laten we vieren dat we samen zijn.

Klik hier om het boek Retour afzender te bekijken of te bestellen.

Foto: Ruben Timman – nowords.nl

De christelijke nieuwsbrief die je ook echt leest!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter


Discussie over Ik wil niet meer denken aan kou of aan onze ruzies
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!