Jan Hoek

Hoe christenen denken over het duizendjarig rijk

10-10-2017 door Uitgeverij Royal Jongbloed
Royal Jongbloed
Royal Jongbloed in Heerenveen is uitgever en drukker van diverse Bijbelvertalingen. Royal Jongbloed geeft verder onder meer kinderboeken, dagboeken, tijdschriften en educatief materiaal uit.

De vraag of er een duizendjarig rijk van vrede zal aanbreken, wordt al eeuwenlang gesteld door christenen die trouw willen zijn aan Gods Woord. En … deze vraag wordt ook al eeuwenlang verschillend beantwoord. Dit zal wel zo blijven in de toekomst, totdat de geschiedenis zelf duidelijk heeft gemaakt wie het bij het rechte eind heeft. In het boek 'Met het oog op het einde' geeft prof. dr. Jan Hoek een helder beeld van de verschillende posities die christenen innemen op dit punt.

1. Amillennialisme
Met de term amillennialisme of gerealiseerd millennialisme wordt de opvatting aangeduid die we onder andere aantreffen bij de kerkvader Augustinus (354-430), bij de meeste reformatoren in de zestiende eeuw en in de Kanttekeningen bij de Statenvertaling. Openbaring 20 wordt bij deze uitleg niet op de toekomst, maar op het heden betrokken. De termamillennialisme betekent letterlijk: opvatting die een duizendjarig rijk ontkent. De letter a (alpha) staat in het Grieks voor ontkenning. Een betere benaming is gerealiseerd millennialisme. De gedachte is immers dat er zeker wel een ‘duizendjarig rijk’ is zoals Openbaring 20 dat ook beschrijft, maar dat we het al achter de rug hebben of, in een andere variant, dat we er nog middenin zitten. Het zou dus gaan om een al gerealiseerd of zich nog steeds realiserend millennium, waarbij het getal duizend niet letterlijk wordt genomen.

De binding van de satan heeft volgens hen plaatsgevonden door Christus’ overwinning op Goede Vrijdag en Pasen. De duizend jaren van Openbaring 20 kunnen slaan op de tijd sinds de prediking van het Evangelie om zich heen greep door de dienst van de apostelen of sinds de tijd van keizer Constantijn, dus begin vierde eeuw. Dat betekent dat deze gunstige periode ergens in de late middeleeuwen is geëindigd. In de tijd dat de Statenvertaling verscheen, 1634, is deze periode dus al verstreken. De Kanttekeningen proberen te duiden wat met Gog en Magog, de volkerenmassa’s die tegen God en Zijn gemeente aan het einde van de duizend jaar in opstand komen, bedoeld zal zijn. Genoemd worden ‘de Turken, Tartaren en Saracenen’ en ‘het overblijfsel van het antichristelijke rijk’. Tegenwoordig zouden we zeggen: een coalitie van de islam en het rooms-katholicisme. Maar God zou dan de oprechte christenen op een wonderbaarlijke manier verlossen en uiteindelijk zouden de vijanden door de tweede komst van Christus totaal verslagen worden.

Volgens een vandaag de dag veel aangehangen scenario zal de wederkomst van Christus zich in fasen voltrekken.

2. Chiliasme
De meest uitgesproken visie, het eigenlijke chiliasme, dat is het prechiliasme. Het Latijnse ‘pre’ betekent ‘voor’ en geeft hier aan dat – volgens deze visie – Christus vóór het aanbreken van het vrederijk lichamelijk en zichtbaar in glorie op aarde zal verschijnen. Hierover zijn alle prechiliasten het eens, terwijl ze vervolgens onderling op veel punten weer verschillen. Volgens een vandaag de dag veel aangehangen scenario zal de wederkomst van Christus zich in fasen voltrekken.

In de eerste fase komt Hij onzichtbaar om Zijn gemeente vóór de grote verdrukking op te nemen in de hemel (de ‘opname van de gemeente’).
In de tweede fase komt Hij zichtbaar naar de aarde en zullen Zijn voeten staan op de Olijfberg, waarna Hij een duizendjarig rijk van vrede en gerechtigheid zal vestigen in en rondom Jeruzalem. De binding van de satan zal pas dan plaatsvinden. Doordat Jezus als de Messias zal zitten op de troon van Zijn vader David zullen vele aloude profetische beloften eindelijk worden vervuld. Er breekt een tijd aan waarin het Koninkrijk van de Messias de aarde in alle aspecten zal vervullen en bepalen. Het is een tussenfase tussen de huidige wereld en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, een overgang op weg naar Gods eeuwige toekomst.

Het moge duidelijk zijn dat bij deze invulling de summiere aanduidingen van Openbaring 20 worden gebruikt als raamwerk, waarbinnen een veelheid van bijbelpassages, vooral uit de oudtestamentische profetieën, een plaats krijgt. 

3. Postmillennialisme
Naast het prechiliasme is er een meer gematigde chiliastische opvatting: het postchiliasme. Bij de postchiliasten of postmillennialisten (het Latijnse ‘post’betekent ‘na’) volgt Jezus’ komst op de duizend jaar en zal Hij dus tijdens de periode van het vrederijk niet lichamelijk en zichtbaar op aarde zijn. Aanhangers van deze visie verwachten dat de verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus onder de zegen van de Geest uiteindelijk voor de grote meerderheid van de mensen zal leiden tot behoud. Hierdoor zal geleidelijk aan een situatie ontstaan in de geschiedenis, voorafgaand aan de wederkomst van Christus, waarin geloof, rechtvaardigheid, vrede en welvaart de overhand zullen hebben onder de volkeren. Christus zal wederkomen in een werkelijk gekerstende wereld, ook al zal aan de wederkomst nog een beperkte manifestatie van het kwaad voorafgaan.

Het is niet zo dat we bijvoorbeeld in Openbaring 11 verder zijn in de geschiedenis dan in Openbaring 8 of in Openbaring 20 verder dan in Openbaring 19.

In de gereformeerde traditie in Nederland, maar ook in de Engelse, Schotse en Amerikaanse puriteinse traditie is de toekomstgerichte uitleg van Openbaring 20 – ondanks de afwijzing ervan zoals in de Kanttekeningen bij de Statenvertaling – door velen op velerlei wijzen gevolgd. Ik beperk mij nu tot een enkel voorbeeld daarvan: de ideeën van Wilhelmus à Brakel over de toekomst. De visie van een andere zeventiende-eeuwse theoloog, Campegius Vitringa, is weergegeven in een excurs.

4. Het recapitulatiebeginsel
Mijn eigen visie is dat het laatste bijbelboek moet worden uitgelegd volgens het recapitulatiebeginsel (ofwel: progressief parallellisme). Dat wil zeggen dat het boek Openbaring geen doorgaand relaas van de wereldgeschiedenis geeft in chronologische volgorde. Het is dus niet zo dat we bijvoorbeeld in Openbaring 11 verder zijn in de geschiedenis dan in Openbaring 8 of in Openbaring 20 verder dan in Openbaring 19. Het boek van de ziener van Patmos biedt telkens dwarsdoorsneden van de gehele periode van het laatste der dagen, dat wil zeggen de tijd tussen Pinksteren en Paroesie (wederkomst).

Dit inzicht is indertijd uitgewerkt door onder andere de Amerikaanse exegeet William Hendriksen. Zijn hoofdstelling luidt: ‘Het boek der Openbaring bestaat uit zeven hoofddelen. Deze lopen alle evenwijdig. Elk omvat de gehele nieuwe bedeling: van de eerste tot de tweede komst van Christus.’ De zeven hoofddelen ofwel dwarsdoorsneden zijn achtereenvolgens de hoofdstukken 1-3; 4-7; 8-11; 12-14; 1516; 17-19; 20-22. Het gaat over: Christus te midden van de zeven gouden kandelaren (1-3); het boek met de zeven zegelen (4-7); de zeven oordeelsbazuinen (8-11); de vrouw en het Kind door de draak en zijn helpers vervolgd (12-14); de zeven schalen met gramschap (15-16); de val van de grote hoer en de beesten (17-19); het oordeel over de draak, gevolgd door de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, het nieuwe Jeruzalem (20-22). Daarbij is geen sprake van vermoeiende herhaling, maar wel van voortgang en variatie, met verschillende intermezzo’s. Zo bezien is Openbaring 20 de inzet van de laatste dwarsdoorsnede en leert dit hoofdstuk ons dat de geschiedenis niet alleen maar één grote aaneenschakeling van ellende is. Er zijn toch ook tekenen van hoop, plekken van licht, verspreide opklaringen tussen de onweersbuien door. Wanneer het Evangelie verkondigd wordt, wanneer mensen tot geloof komen, wanneer jonge kerken gesticht worden, wanneer er daden geschieden van liefde, bevrijding en ontferming, dan is op dát moment satan gebonden en dan blijkt Jezus’ overwinning realiteit te zijn. Wanneer de gemeente van Christus door vervolging met de rug tegen de muur staat, mag zij horen: er komen weer betere tijden. Tijden van vrede, van verademing, van verkwikking en van geestelijke opbloei.

In dat ene woord ‘duizendjarig rijk’ wordt volgens mij samengevat wat in werkelijkheid over vele tijden is verspreid. Daarom heeft Openbaring 20 betrekking op verleden, heden en toekomst. In dat verband mag er positieve verwachting zijn van Gods verrassend handelen in de slotfase van de wereldgeschiedenis.

Dit fragment is afkomstig uit het boek 'Met het oog op het einde'. Dit boek bevat teksten van de Ankerlezingen die gehouden zijn in 2016. Opgenomen zijn de lezingen van: dr. M. van Campen, dr. J. Hoek, dr. R. van Kooten, dr. B. Kamphuis, drs. C. C. Stavleu en dr. M. J. Paul. Klik hier om het boek te bekijken of te bestellen.

De christelijke nieuwsbrief die je ook echt leest!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter


Discussie over Hoe christenen denken over het duizendjarig rijk
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!