Zondvloed

Waarom de zondvloed geen lokale overstroming was

03-10-2017 door Jan van Meerten

Heeft het bekende verhaal van de zondvloed echt plaatsgevonden? En was deze zondvloed wereldwijd? Op 22 september werd er een congres georganiseerd. Wanneer je daar op zoek was naar antwoorden over een wereldwijde zondvloed kwam je bedrogen uit. Alleen prof. dr. Jochemsen noemde de zondvloed kort toen hij sprak dat voor het verstaan van de schepping de sluier van de zondvloed hangt. Aan het einde stelde iemand uit het publiek een vraag: ‘Hoe zit het met de zondvloed?’

Het antwoord van prof. dr. Van den Brink is in conflict met de klassieke opvatting van het Bijbelse zondvloedverhaal. Volgens Van den Brink was de zondvloed een lokale gebeurtenis in Mesopotamië waarbij alleen de lokale bewoners om het leven kwamen en Noach werd gered.

Bijbelse argumenten voor een wereldwijde zondvloed
Het is Bijbels zeer onwaarschijnlijk dat het hier om een lokale overstroming gaat. Acht argumenten:

1. De Heere Jezus en de apostel Petrus spreken over een wereldwijde overstroming, door de mensen te vertellen over dat ‘de wereld die toen was’ vergaan is door het water.

2. God belooft aan Noach dat er nooit meer een dergelijke watervloed over de aarde zou komen. Hij gaf een regenboog als teken. Als dat een lokale vloed betrof dan heeft God vele malen Zijn belofte gebroken bij talloze lokale overstromingen sindsdien (denk aan de tsunami van 2004 in Azië). Een lokale-vloed-hypothese maakt zo van God een onbetrouwbare God. De zondvloed duurde daarnaast meer dan een jaar dit past niet bij lokale overstromingen.

3. Volgens Genesis stonden alle hoge bergen onder water. De hoogste piek van het Zagrosgebergte, een gebergte dat grenst aan Mesopotamië, is de Zard Kuh (4548 m). In Van den Brinks scenario bestond dit gebergte al. Als deze bergen onder water zouden staan dan hebben we te maken met een wereldwijde vloed. Landen op de bergen van Ararat maakt het lokale-vloed-verhaal nog onwaarschijnlijker.

4. De ark was niet zomaar een boot, maar een groot houten vaartuig van op zijn minst 150 meter lang. Uit experimenten met de verhoudingen van dergelijke constructies blijkt dat de ark een zeewaardig object was. De duur van de bouw wordt volgens sommige exegeten geschat op 120 jaar. Binnen vijf jaar zou Noach, lopend, met een snelheid van drie kilometer per uur en acht uur per dag reizen, de hele aarde rond zijn. Waarom zo’n arbeidsintensieve opdracht als emigratie minder tijd en moeite kost?

5. Vogels gingen mee. Voor een vogel is het echter vrij eenvoudig om ver weg te vliegen.

6. De hele aarde was vervuld met geweld lezen we in Genesis. Volgens Van den Brink had het kwaad van Adam zich als een olievlek verspreid over de hele wereld. Het is inconsistent dat Van den Brink dit Adam-olie-vlek-principe wel hanteert bij Adam, maar niet in de tijd Noach. Terwijl andersom juist beter bij de klassieke opvatting past.

7. Met Noach, vaak de tweede Adam genoemd, wordt een verbond gesloten. Het Noachitische verbond is, net als dat van Adam, universeel van aard.

Geologische argumenten voor een roerig verleden
Een wereldwijde zondvloed zou volgens Van den Brink geologisch hebben afgedaan. Maar vanuit het perspectief van een jonge aarde, zijn er veel argumenten aan te dragen dat de aarde een roerig geologisch verleden heeft gehad, waarvan de zondvloed het ‘sleutelevent’ is geweest:

1. Wereldwijd zijn er veel zondvloedverhalen overgeleverd. Deze komen soms tot in detail overeen met het Bijbelse zondvloedverhaal, zoals die van de Aboriginals.

2. In de geologische kolom worden grote massakerkhoven van dieren gevonden, waarvan het grootste deel van mariene oorsprong is.

3. We zien zowel in het Paleozoïcum als in het Mesozoïcum min-of-meer uniformiteit in stroomrichting (paleocurrents). Dat sedimenten door water of wind miljoenen jaren dezelfde kant op worden afgezet lijkt onwaarschijnlijk.

4. Grote dalen en valleien (canyons) kunnen onder bepaalde omstandigheden snel ontstaan.

5. Grote en relatief koude stukken aardkorst zijn rond de aardkern gevonden. Als we zouden spreken over miljoenen jaren, dan zouden deze koude stukken allang dezelfde temperatuur moeten hebben.

6. In allerlei fossielen wordt zacht weefsel gevonden en eiwitten zoals hemoglobine. Dergelijke fossielen kunnen niet miljoenen jaren oud zijn, omdat het niet mogelijk om dergelijke eiwitten miljoenen jaren in stand houden.

7. Hoewel we nu in een rustige geologische periode leven kunnen we nog steeds zien waartoe de natuur in staat is. We kunnen dan denken aan vulkaanuitbarstingen zoals Mount St. Helens, Tambora, Krakatau en Novarupta, aan tsunami’s, zoals die van Japan die grote zandbanken verplaatsen, en aan krachtige aardbevingen die scheuren veroorzaken in de aardkorst. Het is niet onredelijk te veronderstellen dat de aarde een ander en veel roeriger verleden heeft gekend dan ons vanuit het naturalistische perspectief wordt voorgehouden.

Zowel theologisch als geologisch doen we deze discussie ernstig te kort door de wereldwijde zondvloed te negeren.

Jan van Meerten is medewerker van het Logos Instituut

De christelijke nieuwsbrief die je ook echt leest!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter


Discussie over Waarom de zondvloed geen lokale overstroming was
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!