Vrijkaartje? Er mist iets aan het homodebat onder christenen

28-09-2017 door Benaiah

Er is al veel over geschreven, gescholden, gedebatteerd en gefilosofeerd. Zoveel dat van een taboe van het gesprek rondom homoseksualiteit in de kerk al bijna geen sprake meer is. Toch besloot ik de stoute schrijfschoenen aan te trekken, omdat ik serieus iets mis aan het homodebat onder christenen. Dit onderwerp is beladen en raakt veel emoties. Ook wordt er aan weerszijden veel aan Bijbeltje-prik gedaan om eigen argumenten kracht bij te zetten. Eerlijkheidshalve kriebelt het dan theologisch dan bij mij. Vooral omdat er aandacht is voor mensen die uit de kast komen, terwijl degenen die achter het behang zitten blijven worstelen… Vandaar deze duit in het zakje van de homofiliediscussie in de kerk.

Zalig zij die wat vinden
Wel verleidelijk om deze duit anoniem te droppen. In ons tolerante landje lijkt het steeds minder geaccepteerd een mening te ventileren die afwijkt van het LHBT-ideaal zoals de media het vertolkt (en recentelijk zelfs een openbaar vervoersorganisatie). Doe je dit wel, dan riskeer je met gemak je reputatie en carrière. Dat gebeurt niet alleen bij Google. Het gebeurt juist omdat men elkaar graag googled. Snelle zoekacties schelen immers tijd. In onze app-snap-&-tweet cultuur lijkt een kopkoffie drinken en in gesprek gaan inefficiënt en onnodig. ‘Zalig zij die wat vinden’ is het devies. Wee zij die eerst iets uitzoeken… Dat geldt niet in het minste v¬oor de verhitte discussies rondom homofilie.
Kom je tot een normafwijkend inzicht, dan kan zo’n alternatieve benadering worden ervaren als aanstootgevend gedrag. En dat kan weer niet worden getolereerd door aanstootnemende partijen. Deze nieuwe, ondefinieerbare tolerantie lijkt vooral te worden getoetst door wat de (social)media ons getrouw en overvloedig voorschotelen. Ook christenen hebben dit te slikken. Goedsliks of kwaadsliks.

Selectieve tolerantie
Aangemoedigd door die dagelijks klinkende maatschappelijke overtuiging over seksualiteit, begint zich geleidelijk aan binnen de kerk eveneens een heuse LHBT(+QIA?)-lobby te ontwikkelen. Menig christelijke leider loopt vervolgens op eieren om vooral maar geen aanstoot te geven, met als neveneffect dat belangengroepen zich steeds vrijer lijken voelen om bestaande christelijke overtuigingen te herschrijven. Christenen die ervoor kiezen vast te houden aan eeuwenoude overleveringen op basis van spraakmakende Bijbelsteksten die zij in vrijheid wensen te geloven en beleven, lijken daardoor onredelijkheid en liefdeloos. Nee, eigenlijk gewoon intolerant.

Tricky teksten
Terecht, zeggen sommigen in eerste instantie. Paulus doet tenslotte een behoorlijk heftig boekje open in zijn brieven aan de Corinthiërs en de Romeinen. Het is dan erg verleidelijk (ook voor mensen zonder homoseksuele gevoelens) om met een app-snap-&-tweet mindset meteen in te zoomen op de sappige details. Hij schrijft toch over mensen die God…
“…in de begeerten van hun hart (heeft) overgegeven aan oneervolle hartstochten, want ook hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. En (…) mannen (…) de natuurlijke omgang met de vrouw, en zijn in wellust voor elkaar ontbrand: mannen doen schandelijke dingen met mannen en ontvangen het gepaste loon voor hun dwaling in zichzelf. En omdat het hun niet goeddacht God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan verwerpelijk denken, om dingen te doen die niet passen.”
(Rom. 1:24-28).
Zie daar: een ferm anti-homofilie argument, zou je zeggen. Stigmatiserende teksten die de Bijbel wellicht nog eens op de lijst van verboden literatuur plaatsen. Toch, als we doorlezen, komen we een beetje klem. De Bijbel vervolgd met:
Ze zijn vervuld van allerlei ongerechtigheid, hoererij, boosaardigheid, hebzucht, slechtheid. Ze zijn vol afgunst, moord, ruzie, bedrog, kwaadaardigheid. Kwaadsprekers zijn het, lasteraars, haters van God, smaders, hoogmoedigen, grootsprekers, bedenkers van slechte dingen, ongehoorzaam aan hun ouders, onverstandigen, trouwelozen, mensen zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, onbarmhartig.

Romeinen 1:29-31
Tja… nu ken ik toch aardig wat mensen die er een LBGT-levensstijl op na houden, maar ik kan nou niet echt zeggen dat zij zich schuldig maken aan bijvoorbeeld moord, hebzucht, en ook nog eens onfatsoenlijke bedriegers zijn. Sterker nog, ik heb juist de ervaring dat zij vaak zachtmoediger, vrijgeviger en bewogener met hun medemens zijn dan menig christen die ik ken.
Als we daarom alle Bijbeltjeprik even staken en de blinddoek afdoen, zien we dat een en ander wordt opgesomd met als doel om een veel grotere groep in kaart te brengen. Namelijk, mensen die bepaalde dingen zonder God doen (beter bekend als ‘goddeloosheid’), waardoor ze Zijn ‘waarheid in ongerechtigheid onderdrukken’ (Rom. 1:18).

Wat God ziet als recht
Paulus punt is, dat ‘wat van God gekend kan worden’ waaruit ‘Zijn kracht én Zijn goddelijkheid’ blijkt (v.19-20), door God Zelf uitvoerig is geopenbaard. Door de schepping. Door wat Hij doet. Daardoor voelt iedereen eigenlijk wel aan wat God ziet als recht en wat als krom. Hoe Jezus het ons voorleefde spreekt al helemaal boekdelen.

De lijst van voorbeelden die volgt, brengt bekend gedrag in beeld. Gedrag dat naar Gods maatstaven de waarheid in ongerechtigheid onderdrukt. Dan blijkt al gauw dat dit onderdrukken echt niemand vreemd is. Laten we wel wezen: er is geen mens die voor het eerst liegt en daar niet een bepaald ‘betrapt’ gevoel bij krijgt. Hetzelfde geldt voor rotgedrag naar je medemens. Of extreme woede (met of zonder geweldsneigingen). Maar ja, we zijn er zo gauw aan gewend hé…?
Eigenlijk zou je kunnen stellen dat goddeloosheid niets meer is dan God buiten beschouwing laten, niet ‘vaardig’ te worden in het doen van wat Hij ‘recht’ noemt, en accepteren van wat volgens Zijn maatstaven krom is.
Wat overblijft zijn maar twee opties: of toch iets rechttrekken van onszelf, óf nieuwe maatstaven verzinnen en het Bijbels geschetste beeld van God veranderen naar onze eigen versie: God 2.0.

De christelijke nieuwsbrief die je ook echt leest!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter

Niemand is steengoed
Paulus wist het wel. Zijn advies: ‘Dwaal niet!’ Veiligheidshalve geeft hij ons dan dit lijstje van dwalend gedrag. Onze samenleving kan daarop nog maar sporadisch mee instemmen. Natuurlijk weet justitie dat dieven en rovers tot orde moeten worden geroepen. En uiteraard wordt dronkenschap beboet. Tenminste, mits het een gevaar is voor de omgeving. Maar vanaf dat punt wordt het al lastiger. Want we hebben wat leugentjes om bestwil. En zijn we soms niet gewoon beter mens dan een ander? Hoezo is dat trots? En ik heb toch zeker het recht m’n hart te luchten als ik door een ander word benadeeld? Ook begrijpen we een emotie als haat eigenlijk wel als we zien hoe terroristen en verkrachters tekeergaan. Da’s toch niet hetzelfde als… nou ja, vul ze maar in.

Wie geen waarheid onderdrukt, werpe de 1e steen
Boeiend genoeg maakt de God uit de Bijbel geen vergelijkende categorieën aan zoals wij geneigd zijn. Voor Hem valt alles onder het ‘onderdrukken van de waarheid in ongerechtigheid’. Vandaar dat hoofdstuk 2 zegt:
Daarom bent u niet te verontschuldigen, o mens, wie u ook bent die anderen oordeelt, want waarin u de ander oordeelt, veroordeelt u uzelf. U immers die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen.
En wij weten dat het oordeel van God in overeenstemming met de waarheid is over hen die zulke dingen doen. En u, o mens, die hen oordeelt die zulke dingen doen, en ze zelf ook doet, denkt u dat u aan het oordeel van God zult ontkomen?
Romeinen 2:1-3

Dat laatste zou de LGBT-lobby op één punt gerust moeten stellen: christenen mogen, Bijbels gezien, anderen dus niet aanspreken als zij zelf nog steeds genomineerd zijn voor het lijstje van ‘waarheid onderdrukkers’. Jezus liet ons daarom ook duidelijk weten: niemand is steengoed (Joh. 8:7). Iedereen heeft krom gedrag.

Identiteit vanachter het behang en vanonder het tapijt
Toch maak ik me zorgen. Want stel je voor: hoe moet de christelijke gemeenschap reageren als een medebroeder vanachter het behang komt en zegt:
‘Ik ben een rebel. Altijd al geweest. Ik heb me nooit kunnen voegen naar de regels van thuis. Ik kan wel ontkennen dat ik mijn ouders haat, maar ik wil me niet langer verbergen. Dit is nu eenmaal mijn aard. Wie geeft jullie het recht mij niet te accepteren zoals ik ben?!’
En wat te doen met de zuster die van onder het tapijt komt en beleid:
‘Ik ben gewoon ontzettend hebberig. Ik kan het niet helpen. Ik moet gewoon dingen hebben. Maar op de een of andere manier zien jullie dit als zondig. Ja, ik roddel graag over die arrogante buren en hypocriete familie die te beroerd zijn om hun ‘2x modaal’ te delen. Maar ik wil nu eindelijk eens gehoord worden en erkend als hebzuchtig persoon! Dat is wie ik ben.’
En zo kan je het lijstje wel afgaan. Ik kan me indenken dat sommige heftige emoties en gedragingen zo sterk gevoed en gevormd worden door verlangens en gedachten, dat ze niet zo makkelijk meer onder het tapijt of achter het behang zijn te plakken. Geen wonder dat diezelfde Bijbel dit alles een worsteling noemt (Heb. 12:4).

Kastelozen en kanslozen
Nu er onder ons christelijke worstelaars een LHBT-groep is die, net als iedereen wenst om ‘dingen te doen die niet passen’ (Rom. 1:28), maar ineens bepaalde privileges verwacht, voorzie ik problemen. Zodra deze medegelovigen uit de kast komen met hun wens, willen ze natuurlijk niet als kastelozen te boek staan. Terecht. Dat wil niemand. Maar waar de rest van de gemeente wordt geacht items van het waarheid-onderdrukkingslijstje af te leggen, lijken zij gaandeweg aanspraak te kunnen maken op een uitzonderingsregel. En daarmee zijn we weer terug bij Bijbeltje-prik.

Het wordt er niet makkelijker op. Want als we niet de schriftuurlijke smaak van de Heere te pakken te willen krijgen (Ps. 34:9), zijn we aangewezen op de door onszelf geplukte vrucht van goed en kwaad. Door herhaaldelijk gepresenteerde, Bijbelse waarheden los te laten, wordt het lastig te bepalen welke vormen van liefde, haat en andere ingrijpende hartsgesteldheden kunnen worden gezien als deel van je aard. En welke van de betrokken feromonen, endorfinen, adrenaline en cortisol hiervoor doorslaggevend zijn, is ook al zo’n puzzel. Misschien is het wachten op DNA-onderzoek? Alhoewel, dat schijnt ook aan verandering onderhevig te zijn door tal van factoren…

Ooit was het zo eenvoudig: je geloofde, beleed dit, werd een nieuwe schepping, liet je oude mens achter en nam de natuur van Christus aan. De interne strijd was standaard. De bedoeling was helemaal niet ‘aarden’. Eerder ‘hemelen’.

Wie mag wat zijn?
Niet verwonderlijk dat sommige gelovigen zich danig gediscrimineerd voelen; dat zij neigen aanstoot te nemen aan het feit dat van hen verwacht wordt van alles af te leggen, terwijl de LBGT-gelovige zich mag ontdoen van de kast. Meer nog: de laatsten mogen elke vorm van discipelschap die ook maar verwijst naar het beruchte lijstje, aankaarten als liefdeloze veroordeling. En daarmee bekruipt je het gevoel dat de een iets mag zijn, terwijl de ander moet zich gedragen als… ja, als wat eigenlijk? Of als wie? Er lijkt geen ontworstelen aan.
Wat mij het meest verbaast, is dat onze medemens die niet gelooft in God, zich druk maakt om de groep die probeert recht te doen aan de waarheid-van-God in Wie zij wél geloven. Temeer omdat zij dit doen om aan het oordeel te ontkomen, aldus Paulus (Rom. 2:1-3). Iets waar de niet-christen zich niet druk om maakt. Of wordt nu van christenen geëist dat wij ons daar ook niet meer over in mogen zitten?

Hoe breien wij het recht?
Al met al een boeiende, maar polariserende discussie, die ofwel vanuit onze seksualiteit de Bijbel zal uitleggen, ofwel de Bijbel toestaat onze seksualiteit te plaatsen in hoe God het recht wil breien. En wetende dat Hij het huwelijksverbond neerzet als een plaatje waarbinnen de man het hoofd is van zijn vrouw, zoals Christus dat is van de gemeente (Efe. 5:23), voorzie ik persoonlijk exegetische problemen bij een tweekoppige relatie.
Maar ja, die opvatting kan je tegenwoordig beter in de kast laten.
Ondertussen hoop ik dat christenen met het nodige inlevingsvermogen, tussen vrijheid en vreze, eendrachtig zullen blijven worstelen. Niet met elkaar, maar naast elkaar. Zij aan zij. Of was het ‘hij aan hij’? Nou ja, vooruit dan, om niemand voor het hoofd te stoten: wij aan wij.

Benaiah is spreker, schrijver en trainingsspecialist.



Discussie over Vrijkaartje? Er mist iets aan het homodebat onder christenen
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!