Doop en avondmaal: heilige hartversterkers

22-09-2017 door Ds. E. K. Foppen, De Waarheidsvriend

"‘Wie niet horen wil, moet maar voelen’, zo luidt een gezegde. De strekking van dit spreekwoord is negatief. Iemand slaat een raadgeving in de wind en moet vervolgens de negatieve consequenties ondergaan. Soms zelfs aan den lijve," schrijft ds. E. K. Foppen in De Waarheidsvriend.

Wat betreft het gebruik van de sacramenten zouden we dit negatieve gezegde – iets omgebogen – ook met een positieve strekking kunnen lezen. Dat is althans wel de strekking van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, het belijdenisgeschrift dat we in onderstaand artikel volgen.

Botheid en zwakheid
Voordat er specifiek wordt ingezoomd op de twee sacramenten van doop en avondmaal, spreekt artikel 33 van onze geloofsbelijdenis eerst in meer algemene zin over de sacramenten. We komen bij een lange volzin die het meer dan waard is om eens zorgvuldig te lezen: Wij geloven dat onze goede God, omdat Hij rekening houdt met onze botheid en zwakheid, voor ons de sacramenten heeft ingesteld om Zijn beloften
aan ons te verzegelen en om onderpanden te zijn van Zijn goedgunstigheid en genade jegens ons en ook om ons geloof te voeden en te onderhouden.

Onze goede God. Ja, van God belijden we hooggestemd dat Hij goed is. Goed in Zichzelf, maar ook goed in relatie tot ons. En van onszelf ? Van onszelf belijden we dat wij beperkt zijn door ‘botheiden zwakheid’. Andere, oudere vertalingen spreken over ‘onverstand en zwakheid’, of ‘grovigheid en zwakheid’. Natuurlijk kunnen we gaan discussiëren over de vertaling van de oorspronkelijk Franse woorden van Guido de Brès, maar duidelijk is wel dat onze belijdenis niet zo hoog inzet als het gaat om onze geloofsvermogens en vertrouwenscapaciteiten. Deze lage inzet is niet zozeer ingegeven door een duister, donker mensbeeld, alsof wij tot nauwelijks iets in staat zijn, maar is een reële verwoording van onze moeizame geloofsverhouding met de God van Israël. Oftewel: wij willen én kunnen Gods genadige beloften vaak nauwelijks geloven. De oren
van ons hart zijn – om allerlei redenen – vaak verstopt. Dat geeft behalve veel onzekerheid naar binnen, vaak ook een schamel getuigenis naar buiten.

Heerlijk eerlijk
Herkenbaar, toch? Ik ervaar deze belijdende omschrijving van mijn geloofsvermogens enerzijds als pijnlijk ontmaskerend, maar anderzijds toch ook als heerlijk eerlijk. Bot en zwak. Hoe vaak zing ik niet – en dat welgemeend: ‘Dit weet ik vast, God zal mij nooit begeven’, terwijl ik een paar uur later mezelf soms vertwijfeld afvraag of en waar God is? Hoe komt het toch dat ik Gods beloften van genade en eeuwig leven lees of hoor verkondigen, maar ze mij vaak niet zodanig aanspreken dat ik de kleine en grote moeilijkheden van het dagelijks leven wat vrolijker kan dragen? Hoe komt het dat ik zo vergeetachtig, zo vaak Oost-Indisch doof ben voor de dingen die God mij toezegt? Dat komt omdat ik bot en zwak ben. Zou er niet veel gewonnen zijn wanneer we als kerkmensen onze vaak vrome en fraaie ‘ik geloof’ maskers eens zouden afzetten en eerlijk toestemmen dat geloven een werkwoord is, dat ook wij uit onszelf niet zonder meer en moeiteloos vervoegen? Zou dat geen winst zijn in het gesprek met de twijfelende tieners van de gemeente? Of met de zoekende ongelovige van buiten de gemeente? Vanuit die houding blijft genade ook echt genade: een kostbaar geschenk waar je niet anders dan diep dankbaar voor kan zijn.

Geduldige meester
En onze goede God? Hoe gaat Hij met ons ‘botte en zwakke’ leerlingen om? Is Hij als een meester die weigert de stof nog eens te herhalen, omdat je het nu toch zo onderhand wel moet weten? Nee. Zo is Hij niet. Niet voor niets belijden we Hem als een goede God. Zijn goedheid blijkt in dit verband uit Zijn grote geduld, maar ook uit Zijn ‘creativiteit’. De Nederlandse Geloofsbelijdenis tekent de Heere als een geduldige Meester, Die met behulp van plaatjes de genadige stof blijft uitleggen. Sacramenten zijn immers getekende beloften! Getekend omdat ze Gods beloften uitbeelden. Zoals het water schoonwast, zo wast het ten zijn ook getekende beloften omdat ze functioneren als een handtekening onder Zijn beloften.Zo echt als ik brood en wijn proef, zo echt zijn Gods beloften en zo echt zijn ze ook voor mij. Zo laat Hij Zijn beloften aan ons zien én proeven. Zo betekent en verzegelt Hij Zijn beloften. Wie niet goed horen wil of kan, moet maar voelen, kijken, proeven. Wat is God goed, onvoorstelbaar goed!

Ds. E. K. Foppen is predikant van de protestantse gemeente te Gorinchem. Het volledige artikel is te lezen in De Waarheidsvriend. Klik hier om De Waarheidsvriend te ontvangen.

Ontvang het online magazine voor christenen!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter


Discussie over Doop en avondmaal: heilige hartversterkers
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!