De grote Wever: Je bestemming doet ertoe

15-09-2017 door Hendriëlle de Groot

Door Ravi Zacharias 

De 23e maart 1979 begon als een mooie dag. Ik was al een paar weken op reis en Margie zou die dag met me meegaan naar Atlanta. Met haar achtentwintig jaar was Margie een mooie verschijning. Ik haalde haar op bij het vliegveld. Het was spitsuur en we reden meteen naar de kerk waar ik mijn laatste preek moest
houden. We waren van plan om de volgende dag een week met vakantie te gaan naar Florida. We stapten in de auto en reden naar het noorden over de hoofdweg door de stad Atlanta.

Na ongeveer vijftien minuten rijden voelde Margie een vreemde pijn in haar onderbuik. De pijn werd heviger en ze voelde zich zwak. Toen ik naar haar keek, kon ze nog net uitbrengen: ‘Breng me naar je hotel. Ik moet liggen.’ Ik wist dat er iets mis was. Al snel begon ze haar bewustzijn te verliezen. Ik draaide de auto,
bereikte de vluchtstrook en zette mijn alarmlichten aan. Ongelofelijk, maar het verkeer gaf me ruimte om de volgende afrit te bereiken. Ik zag een Holiday Inn-hotel vlakbij en haastte me naar de parkeerplaats.

Toen ik Margie uit de auto probeerde te halen, was ze helemaal buiten bewustzijn. Een vrouw die op de parkeerplaats liep, zag hoeveel moeite ik moest doen en kwam mij helpen. Het leek alsof het een eeuwigheid duurde, maar we slaagden erin haar in de lobby te krijgen en legden haar op een bank. De vrouw vertelde me dat ze verpleegster was en dat ze ‘toevallig’ in het hotel moest
zijn voor een diner. Ze greep Margies pols om haar hartslag te meten – maar voelde niets. Ze zag ook geen enkele ademhaling. ‘Ze moet een hartaanval hebben gehad!’ riep ze uit en ze begon met reanimatie.

‘Een hartaanval?’ vroeg ik me hardop af. ‘Hoe kan dat? Ze is nog niet eens negenentwintig jaar oud!’ De receptioniste bij de balie belde meteen een ambulance en bracht een zuurstoftank. Een paar minuten later spoedden we
ons naar het ziekenhuis. De ambulancebroeder achter in de ambulance
maande de chauffeur tot spoed omdat hij geen pols meer voelde of bloeddruk kon meten.

Toen we arriveerden bij het ziekenhuis was iedereen in staat van paraatheid. Meteen werd Margie weggereden. Het leek een eeuwigheid te duren voor de chirurg naar me toe kwam en zei dat ze haar meteen gingen opereren. Hij dacht dat ze een buitenbaarmoederlijke zwangerschap had die een breuk had veroorzaakt, maar ze wisten het niet zeker. Daarom waren ze van plan heel
haar onderbuik open te maken. En, zei hij, misschien moest hij haar baarmoeder verwijderen om haar leven te redden. Opnieuw leek het een eeuwigheid te duren voor de operatie voorbij was en de dokter naar buiten kwam. Hij zei dat Margie het zou redden. Ze had meer dan 60 procent van haar bloed verloren en verschillende transfusies nodig gehad. Als haar buikwand gescheurd was in het vliegtuig of als we haar tien minuten later in het ziekenhuis hadden gebracht, had ik waarschijnlijk een lijk in ontvangst genomen, in plaats van een levend lichaam.

Toen ik na een lange nacht uiteindelijk terugging naar mijn hotelkamer was ik helemaal versuft. Pas toen ik de groene vuilniszak zag waar iemand van de eerste hulp Margies kleren in had gedaan, drong het tot me door dat ik haar bijna kwijt was geweest. Mijn broer, een chirurg, belde me en vertelde dat ze op
het nippertje was gered. Zo’n noodgeval heeft één van de hoogste sterftecijfers in het ziekenhuis.

Margie en ik denken nog vaak aan deze gebeurtenis. Steeds als ik eraan denk, huiver ik. Haar herinnering van de gebeurtenis is echter fascinerend. Op de één of andere manier wist ze alles. Je bestemming doet ertoe. 

Ontvang het online magazine voor christenen!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter

Ze hoorde dat de verpleegster in de hotellobby sprak over een hartaanval. Ze hoorde mijn antwoord en verlangde ernaar me te troosten en mij te vertellen dat alles goed zou komen, maar ze kon niet spreken. Ze hoorde de ambulancebroeders met elkaar praten en ze was bang dat ze zich opgelaten zou voelen als bleek dat er niets aan de hand was. Ze zei dat het was alsof ze net onder het plafond zweefde en alles onder zich zag gebeuren. Ze voelde
geen emotie. Het voelde alsof ze naar iemand anders keek, alsof ze uit haar lichaam was getreden.

Je vraagt je af wat ze nu precies heeft ervaren. Was haar geest in shock? Had ze een ‘bijna-doodervaring’, die door tussenkomst werd onderbroken? We denken na over deze dingen maar weten zo weinig over die laatste momenten voor het overlijden en de momenten kort na de dood. Het is heel riskant om te veel te speculeren over die buitenlichamelijke momenten, maar het blijft ons intrigeren. Wisten we maar echt hoe het zat.

Als we echter nadenken over onze bestemming, dan maken we vaak de fout om alleen aan de dood en wat daarna komt te denken. Bij je bestemming gaat het echter om meer dan dat. Het is de optelsom van heel het leven, inclusief hoe je je voorbereidt op de dood, of die nu snel komt of pas na vele jaren. Als je bestemming ligt in de handen van een soevereine God, hangt die samen met
een bedoeling en een ontwerp. We zagen in het vorige hoofdstuk hoe aanbidding alle draden van ons patroon samenbond in het hier en nu. Wat betekent dit voor het hiernamaals en de eeuwigheid?

Dit was een hoofdstuk 8 uit het boek 'De Grote Wever. Hoe God ons vormt door de dingen die wij meemaken' van uitgeverij Gideon. Klik hier voor meer informatie of om het boek te bestellen.

De in India geboren Ravi Zacharias (1946) groeide op met het hindoeïstisch geloof maar is nu een wereldwijd bekende christen-apologeet en evangelist.



Discussie over De grote Wever: Je bestemming doet ertoe
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!