taalgebruik

Taaldocent: “Dood en leven liggen op onze tong”

12-09-2017 door Jeffrey Schipper
Bond tegen vloeken
De Bond tegen vloeken zet zich in voor respectvol taalgebruik in de meest brede zin van het woord. Vloeken is het misbruiken van de naam van God of van Jezus. Als er sprake is van opzettelijk en doelbewust misbruik van Gods naam, spreken we van godslastering of blasfemie.

“Onlangs vertelde een meisje in tranen dat haar moeder kanker heeft en dat tot haar verdriet vaak met deze ziekte wordt gescholden.” Sjors van der Kraan is gastdocent VO/MBO namens KlasseTaal. Voor de klas maakt hij zijn leerlingen ervan bewust hoe mooi en lelijk taal kan zijn. Waarom wijst hij hierop en wat wil hij hiermee bereiken? CIP.nl stelt de docent een aantal vragen.

Wat houdt KlasseTaal in en wat is jullie doel?
“We zijn een onderwijsondersteunende organisatie. Iedere dag trekken we op met leerlingen en studenten en denken we met hen na over het mysterie en de kracht van taal. Leerlingen vertellen vanuit hun eigen ervaringen hoe het is om gekwetst te worden. Zo hoorde ik onlangs over een autistische jongen die regelmatig als autist wordt uitgescholden. Een jongen gaf aan het woord ‘val dood’, heftig te vinden. Zijn vader overleefde een val niet tijdens zijn werkzaamheden in de bouw.” Sjors benadrukt dat KlasseTaal niet alleen de negatieve kant van taal wil laten zien, maar vooral wil benadrukken hoe mooi taal kan zijn. Taal is de belangrijkste interactie tussen mensen. Daarom is het goed en relevant hierover expliciet in de les na te denken.

Je staat fulltime voor de klas om die mooie kant van taal te laten zien. Wat valt je op?
“Tijdens mijn werk kom ik twee soorten klassen tegen,” maakt Sjors duidelijk. “In veel klassen zitten leerlingen die lijken voortdurend met elkaar in gevecht te zijn. Men valt elkaar aan op allerlei gevoelige zaken als: afkomst, huidskleur, handicaps, ziektes, uiterlijk geaardheid enz. Er ontstaat een soort strijd. En aan het einde van een wedstrijd houd je altijd twee groepen over: een winnaar en een verliezer. Samen denken we na over de vraag wie zich aan het einde van de dag een verliezer voelt. Het antwoord is voor hen al snel duidelijk: iemand die bijvoorbeeld wordt gepest of zich niet serieus genomen voelt.

Maar ook een andere vorm is mogelijk. Een klas waar je welkom bent zonder dat het uitmaakt wie je bent, hoe je eruit ziet en waar je vandaan komt. De vraag is: hoe kun je dat bereiken? Dat snappen leerlingen drommels goed. Leerlingen hebben door dat als respect in taal en gedrag toeneemt dit positieve gevolgen heeft voor de veiligheid in de klas. Dat is een wetmatigheid. Hoe meer respect, hoe meer veiligheid. Het voordeel hiervan is, dat je meer jezelf durft en kunt zijn. Ook ga je met een beter gevoel naar school en ga je respectvoller met elkaar om.”

"Onlangs vertelde een meisje in tranen dat haar moeder kanker heeft en dat tot haar verdriet vaak met deze ziekte wordt gescholden."

Op welke wijze maak je je leerlingen daarvan bewust?
“Aan de hand van een Prezi-presentatie probeer ik dat via filmpjes, vragen, stellingen en afbeeldingen duidelijk te maken. Zo toonde ik recent een video waarop te zien is hoe jongeren elkaar uitschelden. In het filmpje zien ze dat vloeken en schelden in alle leeftijdscategorieën voorkomt. Daardoor zien leerlingen dat dit gedrag niet gebonden is aan een bepaalde leeftijd. Ze krijgen vervolgens de vraag hoe zij het zouden vinden om in zo'n sfeer te leven of te werken. Dat vinden ze uiteraard niet bepaald gezellig.

Ook probeer ik de manier waarop mensen elkaar kwetsen zoveel als mogelijk uit de abstractie te halen door scheldwoorden een gezicht te geven. Zeg maar: vlees en bloed! Denken bijvoorbeeld aan woorden als tyfus, tering of cholera. De meeste leerlingen denken dat een ziekte als tering niet meer bestaat. Dan laat ik met plaatsjes zien dat het wel degelijk voorkomt in bijvoorbeeld krottenwijken in India en dat die ziekte tegenwoordig tuberculose heet. De foto's laten zien dat kinderen ziekten als cholera en tyfus kunnen oplopen als ze op vuilnisbelten op zoek gaan naar eten en drinken. Maar ook een ziekte als ‘kanker’ maken we bespreekbaar. Een gevoelig onderwerp, is mijn ervaring. Tijdens de les probeer ik het persoonlijk te maken door de klas te vragen wie in de omgeving mensen kent die kanker hebben (gehad). De vraag wordt nog persoonlijker als wie het op dit moment meemaakt! Het maakt leerlingen ervan bewust wat deze scheldwoorden aan emoties kunnen losmaken.”

Jullie merken een toenemende behoefte aan gastlessen over taal op. Hoe verklaar je dat?
“Scholen geven aan dat er een behoorlijke taalverruwing gaande is en dat sociale media daarbij een belangrijke trigger zijn,” merkt de docent op. “Zo is er in een WhatsApp-groep weinig tot geen sociale controle en is het lastig te traceren wie zich daar misdraagt. Sociale media verlagen de drempel om iemand heel negatief af te schilderen.” Scholen geven steeds vaker aan om taal en respect tijdens de lessen expliciet aan de orde te stellen.

"ik wijs leerlingen graag op de vrucht van de Geest uit Galaten 5. Als je daarin wil groeien kan het niet anders dan dat je ook in taal en gedrag verandert."

Jullie lessen zijn gebaseerd op het christelijk geloof. Hoe komt dat tot uiting?
“God geeft in Zijn Woord aan dat we rekening houden met onze naasten en hen liefhebben. Met leerlingen denken we hierover na wat dat concreet inhoudt! Op christelijke scholen geef ik dan ook aan dat God principes aanreikt om hier goed mee om te gaan. Denk aan het derde gebod: Gij zult den Naam van de Heren uw God niet ijdel gebruiken. “De apostel Paulus gaat hier ook op in, in zijn brief aan de Thessalonicenzen door de gemeente een spiegel voor te houden. 'Welke woorden gebruik je?' Daarnaast wijs ik leerlingen graag op de vrucht van de Geest uit Galaten 5. Als je daarin wil groeien kan het niet anders dan dat je ook in taal en gedrag verandert. Dood en leven liggen op onze tong, zegt Spreuken.”

Sjors herinnert zich een gesprek na afloop van een les op een niet christelijke school. “De klas had ik de vloek 'gvd' uitgelegd. De leerlingen ontdekten dat ze door middel van die vloek Iemand aanspreken met wie ze totaal geen band hebben, of willen hebben. Na afloop van de les kwam een jongen naar mij toe met de opmerking: ‘Meneer denkt u dat God bestaat?’ Toen ik hierop bevestigend antwoordde, vroeg hij: 'Denkt u dat Hij kan doen wat ik vraag (de jongen verdoemen, red.)?’ Vervolgens zei ik dat als God in staat is om de aarde te scheppen Hij dat ook kan. 'Dan denk ik dat het beter is om dit woord niet langer te gebruiken,' zei hij. ‘Stel dat Hij wel bestaat, dan heb ik een probleem!’ Samen hebben we hierover nog even doorgepraat.

Bewustwording! Daar gaat het om in onze lessen. Niet met het opgestoken vingertje vertellen wat ze wel én niet mogen zeggen. Dat werkt niet. Samen hardop nadenken over taal en de verschillende kanten daarvan belichten. Graag neem ik leerlingen mee op de reis van het mysterie van de taal, een prachtig communicatiemiddel. Maar wel belangrijk om erover na te blijven denken. Een gouden regel daarbij is: ik doe bij anderen niet wat ik zelf ook niet wil. Maak regelmatig tijd voor een complimentje. Let maar eens op wat dat met mensen doet!”

Lees hier meer over het werk van KlasseTaal.

De christelijke nieuwsbrief die je ook echt leest!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter


Discussie over Taaldocent: “Dood en leven liggen op onze tong”
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!