Waarom Goede Vrijdag niet alleen een lijdensverhaal is

14-04-2017 door Willem J. Ouweneel

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Rik Bokelman. Word ook lid.

Deze dagen luisteren duizenden Nederlanders weer naar Bachs Mattheüs-Passion (MP) – niet alleen een lijdensverhaal, maar ook een liefdesverhaal. Zo hebben de dichters van de vrije teksten van de MP het graag over de liefde van Jezus. Het openingskoor zegt al: ‘Zie Hem uit liefde en genade zelf het hout voor het kruis dragen.’ En de sopraan zingt zo mooi en teer: ‘Uit liefde wil mijn Heiland sterven.’ Maar de dichters leggen eigenlijk veel meer nadruk op de liefde van mensen voor Jezus. Zo ongeveer alle solisten doen daaraan mee. De tenor zegt: ‘Ach, Heiland, als mijn liefde uw ellende zou kunnen verminderen of helpen dragen, wat zou ik dan graag bij U blijven!’

Maar als je écht wilt begrijpen in welke zin de MP een liefdesverhaal is, moet je iets weten van het Hooglied. In de tijd van Bach was dat bijbelboek heel populair; heel wat theologen van die tijd vonden er de liefdestaal in terug zoals zij zich voorstelden dat die ook tussen Jezus en zijn gelovige volgelingen zou moeten worden gesproken. Ook de MP zit vol van die ‘bruidsmystiek’, zoals we die noemen: de mystieke relatie tussen een bruidegom en een bruid, of zeg maar gewoon tussen een verliefde jongen en een verliefd meisje, zoals je die in het Hooglied vindt.

In het Hooglied is het verliefde meisje in gesprek met haar vriend, maar ook met haar vriendinnen; die worden daar de ‘dochters van Jeruzalem’ genoemd. In de MP vind je dat het duidelijkst terug in het openingsnummer van deel II. In het Hooglied zeggen de vriendinnen tegen het meisje: ‘Waar is jouw vriend heen gegaan, jij mooiste onder de vrouwen? Dan gaan wij Hem samen met jou zoeken.’ Precies zo hoor je het in de MP; aan het begin van deel II zingt koor 2: ‘Waar is je Vriend dan heengegaan, jij mooiste onder de vrouwen? Dan willen wij Hem samen met jou zoeken.’ Het antwoord van het meisje (vertolkt door de alt) is: ‘Mijn geliefde is net als een lam, dat nu in de klauwen van een tijger is terechtgekomen!’ Wat haar betreft lijkt het helemaal hopeloos met haar Jezus gesteld…

Nee, het eigenlijke antwoord, de eigenlijke troost komt van het jongenskoor: ‘Wij hoeven helemaal niet te wanhopen, want Jezus heeft zijn leven voor ons gegeven!’

In het openingskoor vind je precies net zo’n dialoog. Het lijkt erop dat Bach de woorden van koor 1 oorspronkelijk alleen door de alt had willen laten zingen. Inderdaad zijn het ook hier weer de woorden van het verliefde meisje. Het openingskoor is een en al liefdesverdriet. Het meisje zegt al meteen: Kommt, ihr Töchter, ‘komt, dochters,’ dat zijn de ‘dochters van Jeruzalem’, de vriendinnen. Ze is eenzaam in haar verdriet en verlangt naar begrip en medeleven: ‘Kom, meisjes, help mij klagen. Kijk eens wat ze met mijn bruidegom doen! Als een lam wordt Hij naar de slachtbank geleid!’ De vriendinnen (vertolkt door koor 2) begrijpen er eigenlijk niet veel van. Ze vragen: ‘Wie? en ‘Hoe?’ en ‘Waarheen?’ Veel inzicht leggen ze niet aan de dag. Nee, het eigenlijke antwoord, de eigenlijke troost komt van het jongenskoor: ‘Wij hoeven helemaal niet te wanhopen, want Jezus heeft zijn leven voor ons gegeven!’

Even verderop is er weer zo’n mooi liefdesmoment. Maria van Bethanië heeft kostbare balsem over Jezus uitgegoten, en de leerlingen van Jezus maken daar ruzie over omdat ze het maar geldverspilling vinden. En dan komt de alt weer; we weten nu dat zij het verliefde meisje uit het Hooglied uitbeeldt. Ze zegt: ‘Lieve Heiland, terwijl uw leerlingen dwaas ruziën, sta mij intussen toe dat ik van de tranenvloed van mijn ogen balsem op uw hoofd giet.’ Het meisje wil net als Maria zijn: iemand die haar geliefde balsemt, omdat ze weet dat Hij gaat sterven. En ze zegt dat ze dat met ‘boete en berouw’ doet, want ze beseft dat haar geliefde voor haar zonden gaat sterven.

Weer even verder krijgt de alt assistentie van de sopraan. Met smart en verontwaardiging zien ze hoe de Geliefde gevangen genomen is en weggeleid wordt. Koor 2 beeldt weer de vriendinnen uit, die nu wat meer begrip tonen. Ze roepen met de vrouwen mee: ‘Hou op, bind Hem niet vast, laat Hem gaan!’ En even later doen zelfs allebei de koren mee: ‘Hebben bliksem en donder zich in de wolken verstopt? Waarom dóén ze niets om deze ramp af te wenden? Hel, doe je mond open om Judas te verslinden en zo dit onheil te voorkomen!’

Voor Bach en zijn tekstdichters was het lijdensverhaal van Jezus niet zoet en sentimenteel, maar een verhaal dat ook hún diep door de ziel sneed

Nog eenmaal gaat het meisje in gesprek met haar vriendinnen, dus met koor 2. Nog steeds lijken de vriendinnen er niet veel van te begrijpen! Het meisje roept uit: ‘Kijk, Jezus heeft de hand uitgestrekt om ons vast te grijpen. Kom!’ De vriendinnen zeggen: ‘Waarheen?’ En het meisje antwoordt: ‘Hij heeft zijn handen naar ons uitgestrekt, zoals de jongeman doet, opdat het meisje zich in zijn armen zal werpen. Zoek zijn barmhartigheid!’ ‘Waar?’ zeggen de vriendinnen. En het antwoord is: ‘In diezelfde armen!’ Ze zinspeelt op een woord dat Jezus zelf ooit heeft gezegd tegen de onwillige Jeruzalemmers: ‘Hoe vaak heb Ik jullie bijeen willen brengen, zoals een hen haar kuikens bijeen brengt onder haar vleugels!’ Dat is het wat het meisje tegen haar vriendinnen zegt: ‘Jullie verstrooide en verlaten kuikens, kom hier en vind rust in Jezus’ armen!’

Misschien vindt u die hele beeldspraak nogal zoetig, en dat kan ik begrijpen. De tekst is nu eenmaal al bijna driehonderd jaar oud. Wij zeggen dezelfde dingen vaak op een heel andere manier. Toch zitten er in de taal van de liefde ook elementen die blijvend en onveranderlijk zijn. Voor Bach en zijn tekstdichters was het lijdensverhaal van Jezus niet zoet en sentimenteel, maar een verhaal dat ook hún diep door de ziel sneed. De reden was gewoon dat zij van Jezus hielden.

Ontvang het online magazine voor christenen!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter


Discussie over Waarom Goede Vrijdag niet alleen een lijdensverhaal is
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!