Wat doen we met de homo's in de kerk?

03-03-2017 door Willem J. Ouweneel

Dit artikel is je cadeau gedaan door CIP+ lid Rik Bokelman

Een van de lastigste vraagstukken waar kerken en gemeenten vandaag de dag tegenaan lopen is: wat moeten we aan met homofiele stellen in onze gemeenten? Vele denominaties hebben met deze vraag te maken gekregen. De Anglicaanse Gemeenschap omvat zo’n tachtig miljoen christenen, die al sinds de jaren negentig ernstig verdeeld zijn over de genoemde vraag. Nog steeds dreigt een internationale scheuring. Een jaar geleden werd de Episcopaalse Kerk in de VS voor drie jaar geschorst omdat zij het homohuwelijk geaccepteerd heeft; deze kerk heeft ook de eerste homoseksueel levende bisschop aangesteld.

Onlangs zijn in Nederland de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) weer met deze kwestie geconfronteerd. In 2013 deden zij een kerkelijke uitspraak, waarin zij enerzijds homofiele gemeenteleden in de kerken volkomen gelijkwaardig met andere leden verklaarde, maar anderzijds homoseksuele omgang als zonde veroordeelde. Intussen hebben maar liefst vijftien plaatselijke kerken om een herziening van dit standpunt gevraagd. Daartoe behoort o.a. de CGK van Zwolle, die al eerder besloten had gemeenteleden die ‘in liefde en trouw met een partner van hetzelfde geslacht samenleven’, te blijven erkennen als ‘zusters en broeders in volle rechten’, wat onder meer betekent dat zij mogen deelnemen aan het avondmaal.

Twee weken geleden heeft de generale synode van de CGK besloten geen van de revisieverzoeken te honoreren en het besluit van 2013 volledig te handhaven. De CGK van Zwolle heeft zich daarover ‘zeer teleurgesteld’ betoond maar lijkt haar standpunt niet op te geven. De CGK Zwolle is een van de grootste, een van de snelst groeiende en een van de actiefste en levendigste kerken onder de landelijke CGK. Het zou een ramp zijn als de CGK zou besluiten Zwolle buiten het kerkverband te plaatsen; dat zou tot een landelijke scheuring leiden. En dat over een kwestie als homofilie!


Intussen is het verschrikkelijk moeilijk in deze zaak een evenwichtig standpunt in te nemen. In feite zijn er acht standpunten mogelijk, en ik vrees dat de meeste ervan inderdaad in Nederland voorkomen:

A. Ten aanzien van christenen die openlijk voor hun homofiele gevoelens uitkomen, maar geen homoseksuele relaties onderhouden:

(1) Zij mogen geen lid van de gemeente zijn.

(2) Zij mogen wel lid van de gemeente zijn, maar niet aan het avondmaal deelnemen.

(3) Zij mogen wel lid van de gemeente zijn en ook aan het avondmaal deelnemen, maar geen kerkelijk ambt bekleden.

(4) Zij mogen wel lid van de gemeente zijn en aan het avondmaal deelnemen, en ook kerkelijke ambten bekleden.

B. Ten aanzien van christenen die in liefde en trouw homoseksuele relaties onderhouden:

(5) Zij mogen geen lid van de gemeente zijn.

(6) Zij mogen wel lid van de gemeente zijn, maar niet aan het avondmaal deelnemen.

(7) Zij mogen wel lid van de gemeente zijn en ook aan het avondmaal deelnemen, maar geen kerkelijk ambt bekleden.

(8) Zij mogen wel lid van de gemeente zijn en aan het avondmaal deelnemen, en ook kerkelijke ambten bekleden.

Eigenlijk zou er zo langzamerhand over categorie A helemaal geen discussie meer mogen zijn. Homofiele christenen die een celibatair leven leiden, moeten als volstrekt gelijkwaardig worden behandeld, zoals ook de CGK-synode vindt. Hier kan alleen standpunt (4) acceptabel zijn.


Met categorie B ligt het uiteraard veel lastiger; hier gaan de meningen uiteen! Zelf vind ik dat oprechte christenen altijd lid van een gemeente moeten kunnen zijn, ook al staat hun leefwijze ons niet aan. Standpunt (5) verwerp ik dus. Standpunt (8) verwerp ik ook: vanwege hun voorbeeldfunctie zou je de ambten niet moeten openstellen voor gemeenteleden die naar de diepste overtuiging van veel christenen in zonde leven.

De werkelijke crux zit hem mijns inziens in de keuze tussen (6) (het standpunt van de CGK-synode) en (7) (het standpunt o.a. van CGK Zwolle). De eerste vraag is: léven christenen die in liefde en trouw homoseksuele relaties onderhouden, inderdaad in zonde? Welk gebod overtreden ze dan? Zeker niet het zevende gebod, want van ‘overspel’ is geen sprake. Als je het gebod breder trekt en er álle buitenhuwelijkse seks onder rekent, dan zit je met de vraag: wat doe je dan met getrouwde homo’s die trouw aan elkaar zijn? (De overheid heeft het monopolie op de vraag wat een huwelijk is, en die erkent ook het homohuwelijk.)

Misschien hoeft de discussie of duurzame homorelaties ‘zondig’ zijn – een discussie die misschien wel nooit zal verstommen – helemaal niet doorslaggevend te zijn. Ik vind dat, als het om echte christenen gaat, uitsluiting van het avondmaal niet het eerste, maar het laatste moet zijn wat je moet overwegen. Kinderen in het gezin horen thuis aan de maaltijd, ook al gedragen ze zich niet altijd zoals de ouders willen. Daarom heb ik wel begrip voor standpunt (6), maar ik ben er toch ongelukkig mee. Als ik dan ook mijn hart laat spreken, ga ik uiteindelijk liever aan de kant van Zwolle en medegenoten staan dan aan de kant van de CGK-synode. Maar ik zeg het met pijn in mijn hart – het blijft een worsteling…

P.S. Als lezers op deze column willen reageren, laten zij dan alsjeblieft zelf aangeven of zij standpunt (5), (6), (7) of (8) huldigen, graag met redenen omkleed.



Discussie over Wat doen we met de homo's in de kerk?
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!