Martijn Dekker
Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

02 september 2015 door Martijn Dekker

Is de kerkdienst nog wel geschikt voor jongeren?

Vraag aan jongeren wat ze van de kerk vinden, en ze zullen beginnen over de kerkdienst. Hun beeld van de kerk, gaat allereerst over de dienst. Wat er op zondag gebeurt is dus bepalend voor hen. En wanneer ik kijk naar de erediensten binnen de gereformeerde kerken (en ik focus me hier dan op de vrijgemaakte kerk, aangezien ik die het beste ken), dan moeten we misschien wel concluderen:

De zondagse eredienst is niet voor jongeren! Je kunt het linksom of rechtsom proberen af te zwakken, maar uiteindelijk ontkom je er niet aan. 
 
Jongeren stappen zondags een wereld in waar ze liederen zingen uit een andere tijd met verouderd taalgebruik. Er is geen contact met de mensen onderling, alleen eenzijdige communicatie vanuit de voorganger. De preken zijn lang en moeilijk te volgen en heeft voor jongeren weinig raakvlakken met wat ze maandag tot zaterdag meemaken. Er ontbreken visuele middelen en sociale media. Stuk voor stuk elementen die jongeren in hun gewone leven constant gebruiken. En dus wordt het kiezen: of in alle eerlijkheid tegen jongeren zeggen dat de diensten niet voor hen zijn – of je diensten gaan aanpakken en tegen het licht gaan houden.

Oké, nu is het bovenstaande misschien wat gechargeerd, maar ik hoop dat ik je er wel wat mee heb kunnen prikkelen. Want feit is: veel jongeren haken af bij de eredienst. Of zoals het bij gezinnen kan gaan op zondag: het kost veel moeite om ze mee te krijgen.

De zondagse eredienst is niet voor jongeren! Je kunt het linksom of rechtsom proberen af te zwakken, maar uiteindelijk ontkom je er niet aan.

Een nieuwe generatie
Hoe komt dit? Waarom roepen diensten zoveel weerstand op bij jongeren? Ik geloof dat dit veroorzaakt wordt doordat de invulling van erediensten gaat over een cultuur die 30 jaar geleden (of nog verder terug in de tijd) gangbaar was, maar nu niet meer.

De jongste generatie die nu opgroeit wordt omschreven als (getypeerd vanuit ‘Generatie Einstein’) sneller, slimmer en socialer.

  • Sneller aangezien tv-programma’s, games, social media steeds kortere shots hebben. Jongeren moeten sneller beslissingen nemen. Ze zijn getraind om snel te kunnen zappen, te multitasken en veel verplichtingen te kunnen combineren.
  • Slimmer want leren houdt niet meer op bij school, maar gaat via internet en televisie eindeloos door. Ze worden breder geïnformeerd en zijn handiger met computer en media. En door het zien van al die reclames, zijn ze ‘mediasmart’: Ze doorzien de geraffineerdheid waarmee reclamemakers hun publiek wil beïnvloeden.
  • Socialer omdat jongeren veel waarde hechten aan familie en vrienden. Ze zijn trouw aan relaties en willen samenwerken. Via sociale media staan ze altijd in contact en delen ze hun leven. Belangrijk in contacten: blijft jezelf, doe je niet anders voor. Wees eerlijk en trouw aan je standpunten.

Die elementen zijn nog veel te weinig terug te vinden in de kerkdienst. Terwijl daarin zoveel kansen liggen: jongeren die graag anderen willen spreken en ervaringen willen uitwisselen, daarvoor is de zondag toch een uitgelezen kans als de gemeente elkaar ontmoet?

Kerkdiensten die een one man show zijn, vol kerktaal, preken van 30-40 minuten en weinig mogelijkheid tot interactie, inzet van talenten of visuele middelen, zullen de aansluiting met jongeren verliezen.

Overigens: dat er weerzin en kritiek is over de eredienst, is niet alleen iets van jongeren. Ook onder dertigers en veertigers (en evengoed ook onder senioren) leeft het en blijft men weg (dat laat ook zien dat dit alles niet een specifiek jongerenthema is – het leeft breder). Hierdoor is er rondom de diensten een spanning ontstaan.

Veel aanpassingen zijn vaak nog ‘aan de rand’: een extra Opwekkingslied, een plaatje bij de preek. Maar dat is symptoombestrijding.

Redenen kerkverlating
In die spanning hebben jongeren de kerk verlaten (de kerkdiensten zijn daarin overigens niet de enige reden). Redenen die vaak genoemd worden zijn: het gebrek aan relevantie en een gebrek aan verbondenheid. Juist die beide aspecten horen wezenlijk bij de kerkdienst. Het eerste gaat er namelijk over of een dienst meerwaarde heeft voor jou en voor je leven – of het iets toevoegt (en algemener: of de gemeenschap als geheel iets toevoegt). Het tweede gaat over het gevoel erbij te horen. Dat jongeren zich welkom voelen om wie ze zijn en de unieke inbreng die alleen zij hebben. Hoe echt is die verbinding? Hoe echt zijn mensen zelf in het beleven van hun geloof?

Dit alles geeft kerken een aantal redenen tot nadenken. Hoe wil je in deze tijd voor alle generaties kerk zijn? Wat betekent dit dan voor je kerkdiensten? Durf je daarin kritisch te zijn? Misschien wel heilige huisjes omver te gooien?

Kerken proberen het zeker wel, maar vinden het vaak ook moeilijk om tot echte verandering te komen. Veel aanpassingen zijn vaak nog ‘aan de rand’: een extra Opwekkingslied, een plaatje bij de preek.

Maar daarin liggen geen oplossingen: dat is symptoombestrijding. Het mooiste voorbeeld daarvan vind ik altijd nog: de jeugddienst!

Jeugddienst: de oplossing die geen oplossing is
Even een kort rekensommetje:

Een jaar heeft 52 weken (en dus 52 zondagen).
De meeste gereformeerde kerken hebben 2 diensten per zondag.
Dat betekent: per jaar 104 erediensten.
Tel daar nog de extra diensten bij op rond feestdagen etc. (Kerst, Oudjaarsdag, Bid- dankdag etc.), dan kom je op ongeveer 110 diensten per jaar.

Oké en van die 110 diensten zeggen jongeren: het gaat niet over mij, staat ver van mij af, ouderwets, moeilijk te volgen…

Maar in plaats van dat een gemeente bij het horen van dit signaal gaat nadenken over de invulling van de dienst en het aanspreken van alle generaties, schieten we de andere kant op en zeggen we: ‘weet je wat? We geven jullie een paar diensten waar jullie het voor het zeggen hebben en dan zijn we allemaal weer blij.’

En zo krijgen jongeren per jaar zo’n 2 tot 4 (en als je mazzel hebt, krijg je er 6) hun eigen dienst, waarin ze alle (nou ja, alle…) ruimte krijgen om het zo te organiseren dat het hen wel aanspreekt.

Jongeren serieus nemen betekent ook niet, dat alles radicaal anders moet.

Oftewel: in plaats van de klacht serieus te nemen en je diensten (100%) tegen het licht te houden, zet je jongeren weg met ca. 3% van de diensten.

En wanneer jongeren vervolgens alsnog blijven aangeven dat 97% van de diensten moeilijk te volgen is, ver van hen afstaat en saai is, reageert men verontwaardigd: ‘ja, maar jullie hebben je jeugddiensten toch?’

Dat is symptoombestrijding. Jongeren houden je een spiegel voor, maar je durft er niet in te kijken. En als je er dan al voor kiest om jeugddiensten te organiseren: doe het dan voor een periode van – pak hem beet – 3 jaar. Daarna weet je waar jongeren naar zoeken en wat voor hun aansprekend is en kun je elementen integreren in je reguliere diensten.

Maar wat dan wel?
Een pasklare oplossing van ‘volg-deze-stappen-en-je-bent-er’ heb ik niet. Wel de uitdaging om serieus na te denken over de invulling van je diensten.

Wat is er nodig om in deze tijd als kerk van meerwaarde te kunnen zijn? En die vraag is er ook naar voorgangers: hoe wil je voorganger zijn in deze tijd?

Want jongeren vormen niet een ongeïnteresseerd publiek. Ze hebben hun vragen en zijn op zoek naar antwoorden. Maar komen de juiste vragen aan bod in de kerkdiensten? Wordt het evangelie dicht bij het dagelijks leven met al zijn thema’s en onderwerpen gebracht?

Jongeren serieus nemen betekent ook niet, dat alles radicaal anders moet: zij zoeken naar een balans: ‘wij willen meegaan in de dingen die jullie doen, maar geef je dan ook ruimte aan ons?’

Bezoek hier de weblog van Martijn Dekker.

Praat mee

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen

Reacties

C
Aandacht voor jongeren is zeker goed en nodig. Maar we kunnen er aan de andere kant ook te ver in doorslaan. Als voorgangers optimaal hun best zouden doen om ook de jongeren bij de prediking te betrekken, met oog voor hun vragen, zou dit al een enorme winst zijn.