Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

God

05 september 2014 door Redactie

Handleiding creationisme voor christenen

Schepping versus evolutie zorgt op CIP steevast voor lange lijsten reacties. Dat is niet verwonderlijk. Het heeft alles te maken met onze kijk op de wereld, op onze medemensen, op onszelf en op God. Waar kom ik vandaan, wat doe ik hier en waar ga ik heen? Verschillende religies geven daarop hun eigen antwoord. 

Wetenschap geeft ook antwoorden op hoe de schepping in elkaar zit. Maar, let op, wetenschap zegt niets over onze oorsprong en waar het allemaal heengaat. Het zijn de afzonderlijke wetenschappers die zulke dingen zeggen. Wetenschap kan nuttige dingen zeggen over heel kleine onderdelen van de schepping. Bijvoorbeeld hoe eiwitten in elkaar zitten, hoe elektronen door een koperdraadje jagen, hoe de brandstof in de Spaceshuttle de astronauten bij het ruimtestation brengt en hoe aardlagen opgebouwd zijn. Allemaal puzzelstukjes van het grote geheel. 

Hierbij tien dingen die ik kwijt wil over het creationisme.

1. Evolutie is een foto
Omdat wetenschappers mensen zijn, hebben ze een denkraam, een interpretatiekader, of noem het een geloof zo je wilt, waarin ze deze losse puzzelstukjes een plek geven en tot een samenhangend geheel smeden. Het beeld in hun hoofd is als het ware de foto op de puzzeldoos. Daarop staat hoe het was en hoe het weer worden moet. Maar, nogmaals, deze foto bestaat slechts in het hoofd van de wetenschapper. Openen we namelijk het deksel van de puzzel (beginnen we met het in kaart brengen van de wereld om ons heen) dan zien we een chaos aan losse puzzelstukjes. Waar moet je beginnen? Daarom is het onontkoombaar om met een (nog) onbewezen set van aannames te starten, anders krijg je geen begin. De puzzel is ook zo héél erg groot! Welke foto plak je op het deksel? Evolutie is zo’n foto. Maar de foto’s zijn de puzzelstukjes niet. Als we net beginnen met de puzzel, is er nog alle ruimte voor eigen fantasie en inlegkunde. Maar het vorderen van de puzzel (de progressie in de wetenschap) doet deze ruimte slinken. De uitdaging is welke foto het beste bij de puzzel past. Dat wordt spannend.

2. We geloven lieven onze eigen denkramen
Ook de Bijbel geeft ons zo’n denkraam waarbinnen we de werkelijkheid kunnen duiden. Let op: daarmee is de Bijbel niet plots een wetenschappelijk boek, zoals sommigen wat spottend zeggen. Nee, de Bijbel reikt ons net als het geloof in evolutie een denkraam aan waarmee we prima wetenschap kunnen bedrijven. Onlosmakelijk aan dit denkraam verbonden is het gegeven dat God niet liegen kan. Dat Zijn Woord, de Bijbel betrouwbaar is en dat we nu net niets hoeven te doen om de dood te overleven omdat God naar ons toekwam. O ja, we moeten toch wel een klein dingetje doen: God geloven op Zijn Woord en dat is nu juist waar de schoen wringt. Jezus zegt dat Zijn last licht is en Zijn juk zacht, maar we geloven liever onze eigen denkramen en nemen de daarbij horende zware lasten op de koop toe. Dat begon al bij Adam en Eva.

3. De Bijbel is wetenschappelijk bevestigd 
Omdat de Bijbel spreekt over mensen, plaatsen, gebeurtenissen en tijden (over echte geschiedenis), gaat het niet op om te zeggen dat wetenschap en Bijbel over twee verschillende werelden spreken. Want ook de wetenschap onderzoekt dezelfde zaken. Er is trouwens geen historisch boek dat zo sterk door historisch wetenschappelijk onderzoek is bevestigd als de Bijbel. De Bijbel benadrukt daarnaast ook zaken die niet wetenschappelijk te onderzoeken zijn. Zoals geest, relaties, liefde, hoop, emoties, engelen en God. Er is een directe link tussen het Bijbelse verslag en wetenschappelijk onderzoek. Net zoals deze er is tussen het geloof in evolutie en wetenschappelijk onderzoek.

4. De bijbel vormde de basis voor wetenschap
De Bijbel is daarin zo uniek dat ze de basis vormde voor de wetenschap. In andere denksystemen werden ook wel handige dingetjes uitgevonden, maar nergens kwam het tot zo’n verklarend kader als in de Westerse (= aanvankelijk christelijke) wetenschap. Vanuit de christelijke traditie geloofde men namelijk vanuit de Bijbel dat God alles ordelijk maakte en dat het onze scheppingsopdracht is om deze orde te onderzoeken. Er was het vertrouwen dat God ons talenten gaf waarmee we die orde in kaart konden brengen. Dat bleek een uiterst vruchtbaar denkraam en de wetenschap bloeide dan ook alleen in het christelijke Westen op en niet bij heidense volken die achter elke boom weer een ander spook vermoedden. Arme mensen wiens leven gestempeld werd door het te vriend houden van al die verschillende geesten die elke dag wel weer anders gehumeurd konden zijn. De Bijbel biedt vrijheid. Vrijheid in vruchtbare gebondenheid aan de Bijbel. Omdat God van ons houdt. Alle grote natuurwetenschappers in de eeuw van de verlichting waren belijdende christenen.

5. God verdween uit het denkraam van wetenschappers
Door de ontwikkeling van de wetenschap gingen steeds meer onderzoeksgebieden samensmelten. Licht bleek bijvoorbeeld alles te maken te hebben met elektromagnetische golven. Er moest nagedacht worden over de verschillende soorten wetenschappen en hoe dat werkt. Van Descartes in de 17e eeuw is misschien nog te zeggen dat hij een strikte scheiding van geloof (denkraam) en wetenschap nastreefde omdat hij de natuurwetenschappelijke methode zo zuiver mogelijk in kaart wilde brengen en veilig stellen. In zijn tijd was natuurwetenschap namelijk nog gewoon kerkelijke wetenschap. Vanwege de hechte vervlechting met het Bijbelse wereldbeeld. Maar de latere 19e eeuwse onderzoekers ging het veel meer om de handhaving van hun eigen meer totalitaire aanspraken. Door de explosieve groei van de kennis van de natuur begonnen zij een uitputtende verklaring voor de fundamentele zin en samenhang van de werkelijkheid te zoeken. Het geloof in God werd steeds meer een concurrent voor het geloof in hun eigen kunnen. De zichtbare wijsheid van God in de natuur, zoals tot dan altijd in wetenschap en kerk beleden en bejubeld, werd nu een aanslag op hun eigen wijsheid. Zo werden God en Bijbel, niet uit hun wetenschap (dat had Descartes al gedaan), maar uit hun denkraam verwijderd. Ze gingen wat anders geloven.

6. Er is sprake van een grote misvatting
Zo komen we zachtjesaan terecht in onze huidige situatie anno 21e eeuw. Geloof en wetenschap lijken nu niets meer met elkaar te maken te hebben. Wetenschap wordt neergezet als een steriele bezigheid die absolute waarheden oplevert en geloof, ach, dat is een persoonlijke keus. De een gelooft in God, een ander in Boeddha, Allah, ufo’s, elfjes  of kabouters. En in de Sinterklaas natuurlijk. De boodschap is: geloof wat je wilt, maar de wetenschap bepaalt. Maar het is een misvatting. Misschien is het de lezers al opgevallen, maar hier heeft een stilzwijgende verwisseling van denkraam plaatsgevonden. Wat is namelijk wetenschap? Wetenschap is een methode. Een methode die dankzij het werk van Descartes waardevrij gemaakt is. Dat wil zeggen, ontvlochten van het geloof in God en de Bijbel. Ontvlochten van elk geloof als het goed is. Maar de methode werkt slechts in het hier en nu en wij mensen willen juist de duiding, de zingeving weten. Wat heb ik aan de wetenschappelijk verkregen informatie? Dan is zoals gezegd je denkraam onmisbaar. De misvatting is dat het nieuwe denkraam bij de wetenschappelijke methode nu de wetenschappelijke methode zelf genoemd wordt. Geloof en wetenschap zijn dus helemaal niet ontvlochten.

7. Wetenschap maakt geloof soms onnodig
Wat is het nieuwe denkraam? Omdat we dankzij Descartes een steriele wetenschappelijke methode hebben (waarnemen, regelmatigheden vastleggen, die proberen te vangen in wiskundige wetten, deze wetten als theorie in samenhang presenteren, experimenten doen om deze te falsificeren, enz.) is er geen geloof voor nodig. De methode is dus per definitie atheïstisch. Zonder God en dat is prima voor ons begrip. Wat begrijpen we er immers van als we zeggen: ‘God deed het’? Ons geloof, ons denkraam gebruiken we om wat met deze zo verkregen wetenschappelijke kennis te doen. De stilzwijgende verwisseling die heeft plaatsgevonden is dat het oorspronkelijke denkraam bij de wetenschap, namelijk het geloof in God en Zijn Woord, de Bijbel, is vervangen door het geloof in evolutie en deterministisch materialisme. Ik zal dat uitleggen.

Determinisme is het geloof dat alles, maar dan ook alles veroorzaakt wordt door eerdere gebeurtenissen die zich volgens bikkelharde natuurwetten afspelen. Materialisme is het geloof dat er alleen materie bestaat. Geest en leven zijn slechts bijproducten daarvan. Onze gedachten en ons geloof ook. Evolutie is het geloof in het grote verhaal van de Bigbang waaruit de materie is ontstaan, waaruit op een gegeven moment onze aarde samenklonterde, waarop het eerste levende celletje ontstond, wat een vis werd en toen een amfibie, het land opkroop en veranderde in reptiel, later zoogdier en uiteindelijk mens. Onderdelen van dit grote verhaal mogen wijzigen (en sommigen pochen daar op omdat dit ware wetenschap zou onderscheiden van geloof in kerkelijke dogma’s), maar het grote verhaal van evolutie blijft staan. Niet omdat dit verhaal wetenschappelijk bewezen is, maar omdat het nu het favoriete denkraam is. 

8. God wordt nu wetenschappelijk onderzocht
Nu kun je denken; prima, buiten de kerk geloven er sommigen dat ze niet meer zijn dan een zak moleculen, maar wij weten dat er meer is, maar zo eenvoudig is het niet meer. Er zijn sowieso legio mensen die vaag geloven dat er meer moet zijn, want weinig mensen geloven werkelijk dat ze enkel maar chemie zijn zoals het materialisme in theorie stelt. Het grote onderscheid tussen christenen en niet christenen is dat dit Meer van hen een naam heeft. Dé Naam. En over Hem is alles gezegd in de Bijbel wat we tot nu toe moeten weten en dat is in alles betrouwbaar. Dat is dan ook de grote lijn in de christelijke traditie geweest. Totdat ‘Darwin’ kwam.

Met ‘Darwin’ bedoel ik dan de wetenschappers die zoals boven beschreven het geloof in God als bedreiging voor hun eigen superioriteit gingen beschouwen. De mens, de Bijbel, ja God Zelf werd onderwerp van hun onderzoek en kreeg een plekje in hun nieuw verworven denkraam. De Bijbelkritiek kwam op en liberale lijnen in de kerk zorgden voor de ene scheuring na de andere in de kerken. Andere kerken sloten zich op in hun eigen zuil en vervolgens kreeg men daar discussie hoe het wonder van de levendmaking door God nu precies ging. Wat ook weer verschil van mening en dus scheuringen met zich meebracht. 

9. De inhoud van de Bijbel lijkt te veranderen
Toch was er een constante factor. Of je nu Evangelisch, Reformatorisch, of wat dan ook was, als orthodox gelovige hield je vast aan de betrouwbaarheid van het Woord van God. Maar ook dat is niet meer automatisch zo. De inhoud van woorden blijkt te veranderen. Tegenwoordig kun je jezelf orthodox christen noemen en tegelijk de Bijbel als mythe lezen. Sommigen zullen nu misschien denken; nee, niet de hele Bijbel, alleen Genesis. Maar daarmee wordt de eenheid van Gods Woord verbroken en is niet meer duidelijk waar dan wel de echte geschiedenis begint en wie dat dan gaat bepalen. Er is ook een constante factor in de Bijbelkritiek (zo werd het tenminste vroeger genoemd): de Bijbeltekst wordt geproblematiseerd als gevolg van eigen filosofische denkbeelden en tegenwoordig is dat vooral het geloof in evolutie. Er is nog een constante factor. Heel zelden zijn er werkelijke discussies tussen wetenschappers met verschillende denkramen. In die discussies gaat het uiteindelijk altijd tussen de materialist en de creationist. Christenen die het compromis zoeken gebruiken immers altijd materialistische argumenten om het creationisme te pareren.

10. Alleen creationisme laat Bijbel in waarde
Het is heel goed dat er nu zoveel gediscussieerd wordt over de schepping onder christenen. Te lang is in orthodoxe kerken het onderwerp links laten liggen waardoor we nu met de brokken zitten. Het is waar dat het creationisme in de 2e helft van de vorige eeuw een negatieve klank kreeg. Bij vrijzinnige, maar ook bij sommige orthodoxe christenen. Ik zal de oorzaak daarvan nu laten rusten. Ik ben het er ook mee eens om de term creationisme vanwege de bekendheid toch maar te blijven gebruiken, hoewel ikzelf liever ‘scheppingswetenschap’, of ‘creatiewetenschap’ gebruik. Omdat het creationisme het enige denkraam is bij de wetenschap dat de Bijbel in alle facetten laat staan en bovendien voluit in de christelijke lijn vanaf het begin staat, denk ik dat het de moeite waard is om creationisme als een soort geuzennaam te hanteren. Waarom zouden we dat niet proberen? Vaak heerst er echter een soort smetvrees om met creationisme in verband gebracht te worden. Ook is er verwarring over wat creationisme eigenlijk is. Daarom lijkt het me goed om een handleiding creationisme samen te stellen. Het gaat tenslotte om onze visie op de oorsprong, wat een directe koppeling legt met onze normen en waarden in het heden en onze visie op de toekomst. Laat ik een aftrap maken en wie weet wat eruit komt?

Dit zijn zo uit de losse pols 10 stellingen die ik kwijt wil over creationisme. Weinigen weten er van. Zeker de publicisten niet die erover schrijven. Dat blijkt tenminste uit hun uitingen. Ik ben blij dat ik op CIP deze gelegenheid krijg en ik moedig de discussie van harte aan. Laten we daarin vooral eerlijk zijn. Hoe dan ook zullen de gedachten uit vele harten geopenbaard worden.

Jan Rein de Wit is hoofdredacteur van Weet Magazine www.weet-magazine.nl 

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen