Nieuws

07 juni 2013 door Rik Bokelman

"We zijn geneigd God en de naaste te haten"

"Ik weet nog dat ik de laatste man verhoorde voor mijn vertrek bij de politie. Met een kick zat hij te vertellen hoe hij een meisje had misbruikt zonder berouw. Op dat moment wilde ik hem eigenlijk wel over de tafel trekken. Ik ben ook maar een mens." Dat vertelt ds. M.A. Kempeneers uit Katwijk in gesprek met CIP.nl. Hij was jarenlang actief bij de politie en werkte als rechercheur bij het team zedendelicten. Na zijn tijd bij de politie werd hij predikant. Dat is hij tot op de dag van vandaag. 

In zijn tijd bij de zedenpolitie was ds. Kempeneers bij zo'n beetje alles betrokken wat met seksuele misdrijven te maken heeft. "Ik zat er met mijn neus bovenop," vertelt hij daarover. "Ik had veel contact met slachtoffers. Dat duurde soms maandenlang, omdat ze nog niet in staat waren aangifte te doen. Slachtoffers moeten dan tot in detail vertellen wat er is gebeurd.  Het moeilijkste vond ik om met kleine kinderen te praten over dingen waar ze helemaal niet over horen te praten. Die dingen hadden gezien die ze niet hadden moeten zien. Moeilijk was ook de begeleiding  van mensen die geestelijk en lichamelijk verwoest waren. Het hakte er emotioneel vaak diep in.

Als politieman heb je natuurlijk ook contact met verdachten. Het klinkt misschien gek, maar voor veel misdrijven kon ik soms wel enig begrip opbrengen. Je probeert je in te leven in de omstandigheden van de verdachte. Ze hadden vaak veel meegemaakt die hebben bijgedragen aan een bepaald misdrijf. Al praat ik dat helemaal niet goed. Maar ik leerde wel dat ik geen haar beter ben. Ook ik kan op een dag verschrikkelijke dingen doen. Wij hebben allemaal een hart dat geneigd is om God en onze naaste te haten. Al moet ik er wel bij zeggen dat het voor zedendelicten wat anders ligt. Ik heb nooit begrip op kunnen brengen voor iemand die bijvoorbeeld een verstandelijk gehandicapt meisje had misbruikt of een eigen kind." 

Ds. Rien Kempeneers sprak wel eens met verdachten over het Evangelie. "Al wilden ze dat soms ook omdat ze dan niet over de erge dingen hoefden te praten." Maar soms gebeurden er ook wonderen. Zo herinnert hij zich nog een Antilliaan die hij met collega's had aangehouden "van twee bij twee meter groot". "Het was verder mijn zaak niet, maar ik zag toen wel tijdens de huiszoeking een Bijbel op het nachtkastje liggen. Dat vond ik opmerkelijk, omdat de man mensen had neergeschoten." Toen de verdachte opgepakt was, weigerde hij dagenlang met de politie te praten. Ds. Kempeneers zocht hem op in de arrestantengang en ging zijn cel binnen. "Ik zei: 'Ik heb gehoord dat je niet wil praten. Dat hoeft niet. Maar ik heb bij jou thuis een Bijbeltje liggen.' Ik zeg: 'Hoe kun je dat rijmen met de dingen die je gedaan hebt?' De Antilliaan keek me aan en het was als een mes in zijn hart. Toen ik even later terugkwam, hoorden we veel kabaal. De man lag op z'n knieën voor z'n bed en riep het uit naar God. Hij beleed zijn schuld. Ik heb nog een poosje met hem gepraat. Daarna heeft hij alles bekend." 

De predikant vertelt dat hij nog wel contact heeft met slachtoffers. Zo wordt hij wel eens gevraagd mensen te helpen die hebben gehoord dat de predikant bij de zedenpolitie heeft gewerkt, omdat ze op zoek zijn naar (geestelijke) hulp. "Slachtoffers hebben het vaak moeilijk. Veel van hen zijn boos of bitter en kunnen iemand niet vergeven. Je kunt vergeving ook niet opleggen. Zo spreekt de Bijbel er ook niet over. Je mag iemand de tijd gunnen om een dader te vergeven. En wanneer de dader geen spijt betuigt, dan vraagt de Heere helemaal niet van ons dat wij moeten vergeven. Het kan wel - Jezus vroeg vergeving voor mensen die Hem aan het Kruis hadden gespijkerd - maar het is geen harde eis. Ik spreek natuurlijk wel over vergeving, maar op z'n tijd. Het is vooral belangrijk dat slachtoffers hun leven kunnen oppakken en niet bitter blijven. Soms is het echt moeilijk voor hen. Helemaal wanneer de dader niet wordt gestraft. Want dat is helaas ook zo vanwege gebrek aan bewijs. Het is moeilijk om zedendelicten te bewijzen. Soms worden slachtoffers dan ook wel boos op God. Dan kan ik mensen vertellen dat de Heere zal oordelen en dingen recht zal maken." Hij voegt toe: "Ik ben wel voorzichtig met zulke uitspraken. Het kan heel gevoelig liggen."

In zijn contact met slachtoffers heeft ds. Kempeneers het ook persoonlijk wel eens moeilijk. "Want wat zeg je tegen iemand wanneer het slachtoffer het jarenlang heeft uitgeroepen tot God en geen antwoord heeft gekregen? Dan krijg ik ook wel een knoop in mijn maag. Dan voel ik me machteloos. Wat hoe ga je zo iemand helpen? Ik probeer theologisch dan wel een uitweg te vinden, maar het blijft moeilijk. Maar je komt ook in de Bijbel mensen tegen die ook tot God hebben geroepen en geen direct antwoord kregen. Dat kan troost geven. Gods gedachten zijn ook wat dat betreft niet altijd onze gedachten."

Wilt u vriend van CIP.nl worden? Klik dan hier.

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen
Vakanties
Hier adverteren?
New Faith Network
NFN Originals Films
bekijk alle originals

Beluister onze Podcast!

iTunes Stitcher