Dit artikel is nu opgeslagen in je dashboard.
Bewaar artikelen in je dashboard.

Nieuws

26 november 2012 door Jeffrey Schipper

Verbondskindje

Toen onze zoon vier was, hoorden wij als ouders dat ons zoontje bad of Jezus in zijn hartje wilde komen wonen. Hij had op school een liedje geleerd en was daar best druk mee in zijn gedachten. Hij zong: 'Ik ben een kind van God'. Tegelijk vroeg hij zich af of dit wel zo was.

Als we Ian naar bed brengen, zing ik met hem het liedje uit mijn jeugd; Ik sluit mijn oogjes vouw mijn handjes buig mijn knietjes voor U neer. Trouwe Vader in de hemel zie op mij in liefde neer. Leer mij vroeg uw kind te worden neem mij aan al ben ik klein. Laat mij van uw grote kudde toch een heel klein schaapje zijn. Die laatste zin bevat die vreselijk onzekere vraag; 'Mag ik erbij horen'?

Vanuit mijn hervormde opvoeding leerde ik dat ik door de kinderdoop ingelijfd was binnen het verbond. Ik was door de doop een verbondskindje. Theologisch gezien heb ik hier altijd moeite mee gehad. Niet zo zeer met de kleine of grote doop. Maar met de theologie erachter. Een verbondskind word je door het geloof in Jezus Christus. Door de doop word je niet zalig; door het geloof in Jezus wel. Zelfs een kinderlijk mosterdzaadje is genoeg. Toch blijft het vraagstuk 'Eens bekeerd, altijd bekeerd'. Vanaf welk moment ben je in zijn handpalm gegraveerd?

Berispt
Toen ik op zeventienjarige leeftijd aan mijn oma vertelde dat ik Jezus had aangenomen en me dus liet groot dopen, werd ik berispt. Hoe durfde ik zulke hoogdravende taal uit te kramen? Mijn behoud moest blijken uit de vrucht die het geloof zou geven. Mijn oneerbiedige blijdschap moest plaatsmaken voor angst en eerbied. Geestelijk serieus genomen worden, werd een screening van mijn zondebesef.

Nachten lag ik wakker van die uitverkiezingsleer. Hoe moest ik God danken terwijl Hij soeverein was en mij misschien op een latere leeftijd wel eens zou kunnen loslaten. Want het was niet in mijn hand, maar mijn leven was in Zijn hand, legde oma uit.
'Het is de Heer die beschikt.' 'Hij geeft en neemt.' Achter de slaapkamerdeur hoor ik mijn lieve kind smekend zingen: 'O Vader God, mocht ik toch Uw schaapje zijn.' De wil van de Vader is dat iedereen door Jezus gered wordt. Dat is de uitverkiezingsleer.

Uitverkoren in Christus
God heeft ons voor de grondlegging van de wereld IN Christus uitverkoren. Door het vergoten bloed van Jezus Christus worden wij in het nieuwe verbond opgenomen dat al aan Abraham voorzegd was. Wat ons let, is geloof en vertrouwen op de belofte.
Een week lang hoorden wij Ian bidden: 'Heer, kom in mijn hartje wonen.' Maar gelukkig op een dag kwam hij naar me toe rennen terwijl ik stond te koken.

'Mama,' riep hij dolenthousiast. 'Ik ging elke dag vragen of Jezus in mijn hartje wilde komen wonen, maar dat hoef je maar één keer te doen'. Ja, je hoeft Hem maar één keer te vragen en verder je geloof in Hem vast te houden. Aan God zal het niet liggen. Hij wil jou! Gelaten 3:7: 'U ziet dus dat zij die geloven kinderen van Abraham zijn.'

Start het gesprek

Alleen CIP+ leden kunnen reageren op artikelen. Word ook CIP+ lid, praat mee en geniet van nog veel meer voordelen!
Bekijk alle voordelen Inloggen