Genderspecialisten, homo’s en de kerk

06-07-2009 door Jeffrey Schipper
Het onderwerp homo’s in de kerk zal niet rusten eer de controverse gesetteld is. En die ontroverse lijkt wel net begonnen. Na het homofobe school debakel, rammelt het nu wéér aan het orthodoxe front. De Nederlands Gereformeerde Jeruzalem Kerk te Utrecht gaat homoseksuelen toelaten tot bepaalde ambten. Ongeveer op hetzelfde moment dat dit bekend werd, stond in Trouw een artikel over de uit dezelfde kerk afkomstige Mariecke van den Berg, lesbienne, genderspecialiste én iemand die homo’s in de kerk oproept van zich te laten horen.

Het blijft een moeilijk onderwerp, zowel praktisch als theologisch als pastoraal. Praktisch: als de orthodoxen praktiserende homo’s blijven afwijzen, lopen ze allemaal de kerk uit (volgens van den Berg). Theologisch: als de bijbel praktisering van homoseksualiteit als ongeoorloofd beschouwd, waarom zijn er dan zoveel van? Pastoraal: hoe moeten we met homoseksuelen in de kerk omgaan?

Enkele overwegingen heb ik wel n.a.v. het artikel in Trouw. Daarbij is mijn insteek dat veel van wat gezegd kan worden over praktiserende homo’s in de kerk van toepassing is op het geheel van het geestelijk leven. Ook is het onderwerp niet los te zien van een aantal actuele thema’s op het gebied van theologie en levensbeschouwing.

Wie duidt de leer: genderspecialisten of theologen?
Als je een genderspecialist bent, weet je dan gelijk hoe de dingen in de kerk er aan toe moeten gaan? Bepalen specialisten uit de menswetenschappen de agenda en de leer van de kerk of de kerk? Er is al een sterke invloed uitgegaan van diverse disciplines. Denk aan de psychologisering van het pastoraat, de verzakelijking van kerkelijk leiderschap door managementtechnieken, de demografisering van kerkbezoek en kerkgroei. We hebben minder specialisten nodig in de kerk en meer verbroken harten.

Die twee hoeven overigens niet tegenover elkaar te staan, maar als ik genderspecialisten een lans hoor breken voor acceptatie van homoseksualiteit in de kerk, gaat bij mij een belletje rinkelen. De raag die centraal moet blijven staan, is of het mag. En die vraag moet beantwoord worden door de theoloog, niet door de menswetenschappen die vanuit de mens vertrekken.

De bijbel: Gods Woord of narritatieve bron van inspiratie?
Welke rol heeft de bijbel in dit debat? Wordt de bijbel nog aanvaard als het Woord van God of is het meer een narritatief boek geworden, een bron die inspireert, maar niet voorschrijft? Je hoort zo vaak klakkeloos spreken over de noodzaak om homoseksualiteit in de kerk toe te laten. Is er dan geen schriftuurlijke reflectie? Of is die de tweede plaats aan het innemen vanwege de ‘werkelijkheid op de vloer’?

Als de bijbel het Woord van God is, zullen er harde noten gekraakt moeten worden. Daar moeten we niet voor terugschrikken. Het evangelie biedt enerzijds een oplossing voor de mens anderzijds stelt het de zonde aan de kaak.

Uitgangspunt: mens of woord?
De veranderende kijk op homoseksualiteit – ook binnen orthodoxe en evangelische kringen – heeft mede te maken met de enorme verschuiving die heeft plaatsgevonden in de kijk op de mens. Het individualiseren en centraal stellen van de mens is reeds begonnen in de Renaissance en bij de humanisten. Het is zover doorgeschoten dat we bij onze overwegingen rondom homoseksualiteit de menselijke ervaring zwaarder laten wegen dan de leidraad die het Woord ons biedt.

‘Het Woord mag wel dit of dat zeggen, maar ja, de werkelijkheid is zo weerbarstig hè? We kunnen de menselijke ervaring toch niet zomaar uitwissen of onder het Woord stellen? Misschien biedt het Woord voldoende ruimte voor een ruimere interpretatie zodat we de ‘kool en de gay’ kunnen sparen.‘

Als echter de bijbel inderdaad het geopenbaarde Woord van God is, dan zijn wij genoodzaakt om daar het primaat te leggen. We vertrekken vanuit het Woord en leren zo de mens te verstaan in zijn grootheid én zijn verbrokenheid.

Het leven: doel of middel?
De nadruk op de mens heeft ook geleid tot een overwaardering van het hier en nu. Dit aardse leven wordt meer en meer als doel gezien; de plaats waar de mens zijn potentieel realiseert en zijn geluk vindt. Dit wordt ook mede veroorzaakt juist door een knagende twijfel aan het openbaringskarakter van de bijbel.

De verbrokenheid van het menselijk leven als gevolg van de zondeval is veel omvattender dan het onderwerp homoseksualiteit. Wie leidt er niet aan het bestaan? Waarom zouden wij in alles erop gericht moeten zijn om het bestaan te veraangenamen? Daar is de christen niet toe geroepen. De homoseksueel die Gods Woord serieus neemt, lijdt vanwege zijn geaardheid. Maar dat doen ook de zwaar autistische jongen, de ouders die hun dochter verloren hebben, het border-line meisje, de zwaar gehandicapte…

Alleen blijven is een reële optie, zij het dat zo de verbrokenheid van het menszijn ernstig en zwaar drukt. Juist daar ligt een taak voor het pastoraat én de gemeente als geheel.

Het leven moet door de christen gezien worden als middel, niet als doel. Het is eigenlijk zo dwaas om alle hoop gevestigd te hebben op het door tijd en ruimte ingekaderde heden. Alles is immers tijdelijk van aard. Niets blijft; alles is vergankelijk. Het menselijk leven strekt zich uit over een lengte van zo’n 70 jaar. In het licht van de eeuwigheid is het zo triviaal om je er heel erg druk om te maken. Als je God kent, is Hij je doel. Je laat Hem daarom de parameters stellen van het menselijk bestaan en de richting wijzen die gegaan moet worden.

Bijbels perspectief: horrorteksten of bewogenheid?
Wanneer wij over homoseksualiteit en de bijbel spreken, komen al gauw de teksten in beeld die door sommigen de ‘horrorpassages’ worden genoemd. Er valt veel over die passages te zeggen. Zelf denk ik dat het praktiseren van homoseksualiteit op grond van deze passages afgekeurd dient te worden.

Maar er is ook een andere insteek vanuit de Schrift om naar homoseksualiteit te kijken. We lezen in Gen.1:26 dat God de mens naar Zijn Beeld schiep, ‘man en vrouw schiep Hij hen’. Interessant is in de context dat God zegt: ‘Laat Ons mensen maken nar Ons Beeld’. De pluraliteit van God vindt zijn weerslag in het beelddragerschap van de mens: ‘man en vrouw’. De mens kent als beelddrager van God ook een pluraliteit ‘man en vrouw’. Het is deze pluraliteit die normatief is en de één vleeswording van man met man of vrouw met vrouw uitsluit.

Dit lijkt me een bijbelse maar tegelijk positieve insteek in het homovraagstuk. Het biedt homoseksuelen de mogelijkheid de bijbel niet te zien als een bedreigend en beangstigend boek. We weten allen dat het beeld van God in de mens verstoord is door de zondeval. Dit vindt zijn uiting op tal van gebieden. We zien het ook heel concreet terugkeren in de manier waarop de homoseksuele geaardheid het beeld dat man en vrouw samen mogen zijn van God verstoort. Dat is niet specifiek de schuld of de schande van de homofiel; het is het gevolg van de zondeval waaraan alle mensen deelhebben.

Ontvang het online magazine voor christenen!

Daily Newsletter
Weekly Newsletter


Discussie over Genderspecialisten, homo’s en de kerk
Reacties uitzetten op CIP.nl? Klik hier!